Door Marc van Unen
Beppie Melissen zei het onlangs in het Volkskrant Magazine heel treffend: “het grootste geschenk dat ouders hun kinderen kunnen geven is écht loslaten… Zeggen ‘Je bent altijd welkom maar voel je niet verplicht om langs te komen’”. Beppie Melissen is een intelligent mens. Dat zou je niet zeggen als je haar in Gooise Vrouwen de moeder dan wel tante van Martin Morero ziet spelen maar het interview gaf een ander beeld van haar. Ik vroeg me af of Beppie kinderen heeft en of zij met kerst langskomen. Ik vroeg me daarnaast af of Beppie dit jaar met kerst haar moeder zou missen. Als ik het me goed herinner is haar moeder onlangs overleden op een leeftijd van om en nabij de honderdtwaalf. In ieder geval heeft Beppie dit jaar volledige vrijheid met kerst.
Die vrijheid zou ik nu ook moeten ervaren, aangezien mijn moeder begin dit jaar is overleden. Maar de zogenaamde vrijheid is ver te zoeken. Misschien komt het doordat mijn ouders, en zeker mijn moeder, het adagium van mevrouw Melissen al jaren geleden naleefden. Al 20 jaar zijn er in mijn familie geen kerstverplichtingen. Dat komt vooral door de trauma’s die we collectief in de jaren zeventig hebben opgelopen.
Onze hele familie heeft iets met Kerstmis en dat bedoel ik letterlijk. Mijn moeder en twee schoonzussen vonden kerst hét moment om een kind op de wereld te zetten. Handig, alle verloskundigen, vroedvrouwen en gynaecologen bevonden zich in keukens, restaurants of zwetend boven gammele, vettige oranjebruine fonduesetjes. Ze waren druk met allerhande familieleden die óf dronken waren óf niks lustten (behalve een viandel met ketchup) óf zich hadden gehuld in synthetische jurken waardoor ze bij het hoofdgerecht al een lucht verspreidden van zure luiers met schimmelkaas. Liever zouden ze natuurlijk iedereen het huis uit sodemieteren, in hun eentje die veel te dure dessertwijn met onbeheerste slokken naar binnen werken en daarna in morsige peignoir luide boeren laten en stiekem John Lennons War is Over draaien of op Duitsland 2 pikanterietjes kijken. In plaats daarvan werden ze tijdens het aansnijden van de gortdroge runderrollade (hadden ze maar voor de smeuïgere maar wat vulgairdere varkensrollade moeten kiezen) wreed gestoord door mijn halve familie die op commando in barensnood verkeerde. Het resultaat: mijn grootouders kregen op 24 december een kleindochter en op 26 december twéé kleinkinderen. Ik hoorde mijn oma denken “zo, ik zit de komende jaren gebakken met de feestdagen! Een nijntjeboek of als ze groot zijn een giro-envelopje met een knaak en daarna lekker aanschuiven bij een van mijn kinderen.”
Mijn moeder was minder gelukkig met deze geboortegolf die eind jaren zestig West-Brabant overspoelde. Niet alleen was haar dure petticoat onherstelbaar verwoest en haar o zo modieuze suikerspin na 15 uur puffen een trieste combinatie van bezweet haar, elnet hairspray en suikerwater, ze had al heel snel door wat de consequenties waren van al die kerstkinderen in de familie: elk jaar op eerste kerstdag de hele familie bij het ene kerstkind en dag erna bij het andere kerstkind. En dan was er natuurlijk ook nog het ietwat sneue net-niet-kerstkindje wat op 24 december was geboren. Mijn tante die deze bevalling zo slecht had getimed ging nog jarenlang gebukt onder een minderwaardigheidscomplex en pas na een cursus “time management en leren prioriteren” fleurde ze weer een beetje op.
De angst van mijn moeder werd werkelijkheid. Op eerste kerstdag streek de hele familie bij mijn jarige neefje neer om de dag erna de hele exercitie bij ons thuis over te komen doen. En let wel, we hebben het hier over één kant van de familie. Mijn andere opa en oma verwachtten natuurlijk ook nog een kerstbezoekje. Daar kwamen wij gelukkig gemakkelijk onderuit: we hadden immers mijn zus die we als troefkaart in konden zetten, en dwongen zo de familie van mijn vaders kant om maar naar ons te komen. Dat deden ze in groten getale, maar helaas níet op de dag dat de familie van mijn moeder kwam opdraven. Hierdoor zagen mijn ouders zich gedwongen om Kerstmis vakkundig op te gaan rekken en zo kon het zijn dat we al in de zomervakantie aan het proefdraaien waren. De gebakken aardappeltjes, boontjes omwikkeld met spek en gevulde parelhoen kwamen op de onverwachtste momenten op tafel. Als goedgetrainde mariniers wisten we al vanaf oktober wanneer we waar op moesten komen draven: op mintweede kerstdag bij tante Kaatje om de verjaardag van nichtje Hilda te vieren, op mineerste kerstdag naar opa en oma van mijn vaders kant mits die dag geen zondag was want dan ging die hele familie in België verse worstenbroodjes en Hoegaarden halen. Op eerste kerstdag zelf hadden we een uurtje pauze en daarna reden we totaal gestresst naar ome Janus om daar de verjaardag van neef Adrie te vieren. Onderweg probeerden we de restanten van het kerstmaal weg te spoelen met ranja, wetende dat er na de nachtmis nog worstenbroodjes met chocomel op tafel kwamen. Op tweede kerstdag vierden we in 10 minuten mijn zus’ verjaardag, daarna zetten we in een matrix de gespreksonderwerpen tegen de verwachte visite af (“nee, tante Sjaan wil nooit over de oorlog praten in verband met jeweetwel”, “ome Johan niet naast Belinda zetten, ze heeft net een behaatje en je weet wat voor opmerkingen Johan dan gaat maken”). De hele dag werden er Bossche bollen, restjes kerststollen en zelfgemaakte huzarensalade uit tupperwarebakjes getoverd en na afloop van zo’n dag was er gerede kans op verstikkingsgevaar want in die tijd rookte iedereen nog en een filtersigaret werd alleen door die aanstellerige vriendin van neef Gijs gerookt (waarvan iedereen altijd vermoedde dat hij liever met zijn “huisgenoot” Bart op visite kwam). Het kwam voor dat mijn vader met kerst moest werken waardoor deze hele exercitie door mijn moeder alleen moest worden ondernomen. Dit alles zónder het gemak van magnetron, mobiele telefoons (“waar zijn jullie? Nemen jullie tante Sjaan mee dan brengen wij haar terug”), tomtom om de weg in het donker over de Moerdijk terug te vinden en video, zodat soms de hele familie verplicht naar een lallende Sue Ellen zat te kijken omdat Oma zich toch zeker niet een aflevering van Dallas liet ontzeggen.
De dag na kerst had mijn vader een kater die tot Driekoningen duurde, mijn moeder (die nooit een druppel heeft gedronken maar daardoor vond dat ze mocht roken alsof de laatste cabellerosigaret haar ieder moment ontnomen kon worden) had 3 dagen in kokerrok of Indiase jurk rondgerend op onmenselijk hoge hakken en lag voor lello op de bank, mijn zus was blij dat alle familie weer opgekrast was en zelf trok ik me weer terug met de lego op zolder. Op die momenten bezwoer mijn moeder ons dat we later, als we het huis uit waren, nooit maar dan ook nooit verplicht naar huis hoefden te komen met kerst.
Aan die belofte hebben we ons allemaal ruimschoots gehouden. Nadat mijn zus het huis uit ging werden alle schema’s betreffende familiebezoeken overboord gegooid. Kort daarna ging ik in Nijmegen studeren en Kerstmis werd een oase van rust. Soms ging ik naar huis en at ik samen met mijn moeder boerenkoolstamppot terwijl mijn vader aan het werk was en mijn zus haar verjaardag aan zich voorbij liet gaan. Soms ging ik langs mijn zus om haar te feliciteren en trof ik daar een verdwaalde oom aan of Oma die intens gelukkig constateerde dat mijn zus ook Dallas kon ontvangen. Nog vaker bleef ik in Nijmegen en begroef ik me met een stapel tijdschriften, films en hapjes drie dagen op de bank. ’s Avonds keek ik naar alle gezinnen die toch weer naar de IKEA waren gegaan, ik luisterde naar vrienden die via excel-overzichten bezoekschema’s uitdokterden (zeker met gescheiden ouders geen sinecure) en koesterde het grootste geschenk dat mijn ouders me hebben gegeven: de vrijheid om te doen wat ik zelf wil.
Dit jaar is er van vrijheid geen sprake. Ik kan niet meer kiezen om wel of niet naar mijn moeder te gaan. Die vrijheid een plaats geven is zoveel ingewikkelder dan de kerstdagen met families, verjaardagen, gourmetstellen en pasteitjes met ragout door zien te komen. Onze koningin weet het in haar kerstboodschappen elk jaar weer zo stemmig te zeggen “met kerst vieren we het feest van het licht”. Dit jaar heb ik heel veel kaarsjes nodig om dat licht te zien.