Wat gebeurt er aan de andere kant van de schutting? In deze serie belicht Vox een voor een de faculteiten van onze campus. Waar maken de studenten zich druk om, wat houdt de onderzoekers bezig en wat zijn de zorgen van de bestuurders? In deze Vox de Faculteit der Medische Wetenschappen.

De faculteit in IV

Wat gebeurt er aan de andere kant van de schutting? In deze serie belicht Vox een voor een de faculteiten van onze campus. Waar maken de studenten zich druk om, wat houdt de onderzoekers bezig en wat zijn de zorgen van de bestuurders? In deze Vox de Faculteit der Medische Wetenschappen.

Op het snijvlak van leven en dood

De medische faculteit neemt een bijzondere positie in op de campus. Onlosmakelijk verbonden met het ziekenhuis draait het hier niet alleen om onderwijs en onderzoek, maar nadrukkelijk ook om de zorg voor patiënten. Vanaf de eerste dag in hun eerste jaar worden studenten betrokken bij de praktijk. Dat betekent ook confronterende momenten met zieke patiënten en ethische discussies over leven en dood.

Een momentje van rust onder de slurf van de houten olifant biedt een mooi uitzicht op wie er zoal binnenwandelt in de grote hal van het UMC St Radboud. Giechelende meisjes met paardenstaart gehuld in een witte jas, een ietwat verwarde man met een stevige bloedneus, kordate dames met kleurige plastic klompjes, gedistingeerde mannen met brilletje en badge, een vrouw van middelbare leeftijd langzaam schuifelend met infuuspaal.
Studenten, onderzoekers, artsen en patiënten; binnen een paar minuten trekken hier de drie pijlers onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg van de medische faculteit aan je voorbij. In een oogopslag is helder dat deze faculteit een unieke positie inneemt op de campus.

Kwetsbare mensen
Eind 1999 is de Faculteit der Medische Wetenschappen samengevoegd met het St Radboudziekenhuis (AZN). Sindsdien wordt er officieel niet meer gesproken over de medische faculteit en academisch ziekenhuis maar over het UMC St Radboud. Een integrale benadering van de drie kerntaken is kenmerkend voor het universitair medisch centrum.
Voor de studenten betekent dit dat het volgen van hoorcolleges en het uit het hoofd stampen van de anatomie van het lichaam al lang niet meer volstaat. “Je krijgt al vroeg tijdens je studie met patiënten te maken”, vertelt Geert Bulte, derdejaars geneeskunde. “Het klinische verhaal krijgt een gezicht. In het eerste jaar loop je een maand stage in het ziekenhuis of verpleeghuis en ervaar je direct hoe het is om met kwetsbare mensen om te gaan. Best moeilijk hoor, om opeens een oude demente vrouw te moeten wassen. Een docent zei eens: sommige patiënten stinken en zijn vies, wen er maar vast aan. Het hoort bij je vak.”
Ook bij tandheelkunde hebben de studenten al vroeg tijdens hun studie practicum op zaal.
Volgens decaan Dirk Ruiter is het een bewuste keuze om studenten zo vroeg tijdens hun opleiding de kliniek in te sturen. “Er zijn studenten die er achter komen dat ze toch niet geschikt zijn om arts te worden. Dan kun je daar maar beter zo vroeg mogelijk achter komen en niet pas op het moment dat je coschappen loopt.”
Student Rinke Borgonjen zit nu precies op de helft van zijn coschappen, waarbij studenten twee jaar (binnenkort zelfs drie jaar) meelopen op de verschillende afdelingen van het ziekenhuis. “Dan zie je pas echt waar je voor hebt gekozen. Je maakt soms moeilijke dingen mee. Laatst liep ik mijn coschap bij interne geneeskunde en was ik nauw betrokken bij de zorg voor een ernstig zieke patiënt. Hij is overleden en daarna werd er obductie gedaan. Ik vond het behoorlijk heftig. Iemand die je hebt gekend, ligt daar dan voor je…. En dan loop je naar buiten en zit je even later met een biertje op het terras. Dat doet je wel wat.”

Aandacht voor ethiek
Met het kleinschalige, probleemgeoriënteerde en patiëntgerichte onderwijs, scoort de faculteit al jaren bijzonder goed bij de visitaties. Volgens Ruiter is deze aanpak inmiddels zo’n beetje in alle academische centra doorgedrongen. “Waar wij ons als UMC St Radboud verder mee weten te onderscheiden, is de aandacht voor medische ethiek.”
Het Radboud heeft een zeer uitgebreide afdeling ethiek, filosofie en geschiedenis van de geneeskunde (EFG). Tijdens de opleiding geneeskunde zijn er minimaal vier blokken van vier weken die volledig in het teken staan van ethiek, zoals euthanasie, voortplantingsgeneeskunde en onderzoek met embryo’s. Ook bij biomedische wetenschappen is er veel aandacht voor ethiek. “Bij het onderzoek dat wij later gaan doen, komt ethiek voortdurend om de hoek kijken. Hoe kijk je bijvoorbeeld aan tegen stamcelonderzoek?”, geeft studente Malou Fanchamps als voorbeeld.
“Je kunt studenten tijdens hun opleiding al laten zien hoe complex de praktijk soms is”, vertelt professor Louis Kollée, kinderarts-neonatoloog met als speciaal aandachtsgebied medische ethiek. “In veel gevallen is er geen sprake van zwart of wit, goed of fout. We leggen casussen voor uit de praktijk: wat doe je als behandelteam bijvoorbeeld als een kindje na 26 weken zwangerschap wordt geboren met een hartafwijking en krijgt daar bovenop een hersenbloeding. Ga je door met behandelen of besluit je in het belang van het kind te stoppen. Of wat doe je als ouders willen dat je stopt met de behandeling, terwijl je als arts nog mogelijkheden ziet? Met het medisch-ethisch onderwijs hopen we dat de studenten leren hoe ze zorgvuldig om moeten gaan met de ethische dilemma’s , die spelen op een groot aantal afdelingen in het ziekenhuis, zoals gyneacologie, neonatologie, traumatologie, intensive care of oncologie.”
Na de studie houdt het niet op. Ook onderzoekers en artsen hebben in de dagelijkse praktijk veel te maken met ethische kwesties rondom leven en dood. “De wet laat veel open. Er staat in wat je niet mag, maar er staat niet in wat je wel moet doen”, aldus Norbert Steinkamp. De Nijmeegse ethicus is docent, secretaris van de ethische commissie van het UMC St Radboud en lid van de Commissie Mensgebonden Onderzoek. De ethici toetsen niet alleen medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar zijn ook te allen tijde oproepbaar om een medicus bij te staan met een ethisch probleem.
Uniek in het Radboud is het morele beraad, een multidisciplinair overleg van artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werker en ethici over ingewikkelde levensvragen. Met het hele team wordt een zorgvuldige afweging gemaakt over voortzetting van de behandeling. Sinds kort nemen andere ziekenhuizen in Nederland dit ‘Nijmeegse model’ over.

Het beste voor de patiënt
De aandacht voor ethiek past binnen de traditie van het ziekenhuis. Sinds kort heeft het UMC St Radboud zelfs een masteropleiding Bioethics, de enige in Nederland. Ruiter: “Het maakt deel uit van onze identiteit, we vinden overleg over ethische aspecten van de geneeskunde erg belangrijk. We willen bevorderen dat onze studenten en medewerkers hier over nadenken.”
Het Radboud heeft de naam om terughoudend te zijn in allerlei ethische kwesties vanwege de katholieke achtergrond. “ “Weliswaar staat de ethiek net als in het VU medisch centrum in de belangstelling, maar onze artsen maken hun afwegingen uitsluitend op basis van wat het beste is voor de patiënt”, zegt Ruiter. “En niet op basis van wat de katholieke kerk vindt.”
Toch worden er wel bepaalde keuzes gemaakt. Waar mogelijk wil het ziekenhuis alternatieven bieden om het leven niet voortijdig te hoeven beëindigen. Steinkamp: “We gaan terughoudend met euthanasie om. Ons beleid is ‘nee, tenzij’. Er zijn in Nederland ziekenhuizen die hier veel liberaler mee omgaan.”
De afgelopen jaren was het in Nederland wat stil rond de medische ethiek, maar met het nieuwe kabinet is het thema helemaal terug op de politieke agenda. Er wordt niet getornd aan de huidige wetgeving op het gebied van abortus en euthanasie. Wel heeft de ChristenUnie weten te bedingen dat er positieve maatregelen komen om alternatieven te bieden voor abortus ‘verruiming van adoptiemogelijkheden en begeleiding van ongewenst zwangere tieners’. Ook investeert Balkenende IV in de verbetering van de palliatieve zorg. Het zijn standpunten die aansluiten bij het beleid van het UMC St Radboud.
De Nijmeegse ethici verwachten dat het belang van de medische ethiek in de komende jaren alleen nog maar zal toenemen. met de benoeming van professor Evert van Leeuwen tot hoogleraar Medische Ethiek, lijkt dat te worden bevestigd. Op 26 april houdt hij zijn oratie met de titel: ‘Wordt de medische ethiek ondiep?’. Zijn taak is het vak de komende jaren nog verder te ontwikkelen, in de patiëntenzorg maar ook nadrukkelijk binnen het medische onderwijs. Heel goed, vindt Laurens Franssen, derdejaars geneeskunde. “Het is zeer interessant en daarnaast onmisbaar om goed als arts te kunnen functioneren. Het zet ons allemaal aan tot nadenken.”

Tekst: Cindy Cloïn en Alex van der Hulst

Totaal aantal studenten in 2006: 2978
Waarvan Geneeskunde : 1991
Tandheelkunde: 455
Biomedische wetenschappen: 532
Molecular mechanisms of disease: 8
Co-assistenten: 592
- Totaal aantal studenten in 2005: 2877
- en 2004: 2684
- Instroom van eerstejaars in 2006/2005/2004 (stabiel vanwege numerus fixus):
Geneeskunde 330
Tandheelkunde 84
Biomedische Wetenschappen 100

- Aantal medewerkers: ca. 8800, waarvan 600 betrokken bij het universitair onderwijs.
- 600 fte voor onderzoek, waarvan minder dan een kwart uit eerste geldstroommiddelen.
- Aantal hoogleraren en bijzonder hoogleraren: 147
- Aantal promoties in 2006: 94

Dirk Ruiter, decaan medische wetenschappen

Trots?
“Op de zeer goede resultaten en beoordelingen van onze onderzoeksinstituten. Op onze toponderzoekers, zoals immunoloog Carl Figdor die de Spinozapremie heeft binnengehaald of kinderarts Jan Smeitink die een grote onderzoeksprijs van het Prinses Beatrix Fonds heeft gekregen. Ik ben ook erg trots op ons probleemgeoriënteerde onderwijs, we scoren al jaren erg hoog bij de visitaties. En niet te vergeten onze studenten: naast hun 40-urige studieweek zijn ze erg actief in de studievereniging, allerlei commissies of als student-assistent.”

De faculteit in een zin?
“We hebben lang over een slogan nagedacht, maar dit is het geworden: ‘Gedreven door kennis, bewogen door mensen’. En die mensen zijn dan uiteraard onze patiënten, studenten en medewerkers, van verzorgende tot specialist.”

Gemiste kans?
“We kunnen de kennis die we in huis hebben veel beter vermarkten op economisch en maatschappelijk gebied, het zogenoemde integrale valorisatiebeleid. We hebben daar nog te weinig mee gedaan. Als wij bijvoorbeeld een unieke wetenschappelijke ontdekking doen, zouden we dit moeten patenteren en samen met een bedrijf op zoek moeten gaan naar concrete toepassingen.”

Droom?
“Ik wil graag dat ons UMC ook op gebied van onderzoek de toppositie bereikt in Nederland. Op dat punt zijn we nu nog niet aangekomen, maar binnen vijf jaar kan er veel veranderen. Onze drie kerntaken (onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg red.) moeten nog beter met elkaar gecombineerd worden, zodat er meer synergie ontstaat.”

Jaloers?
“Absoluut niet, maar we hebben dan ook een unieke positie binnen de universiteit. Ik ben wel jaloers op topinstituten in landen als de Verenigde Staten. Zij hebben enorme onderzoeksprogramma’s met budgetten waar wij alleen maar van kunnen dromen. Hier moet je altijd maar weer keuzes maken over hoe je je middelen inzet. Hopelijk komt er met dit nieuwe kabinet een flinke impuls voor het onderzoek,.”

Zorg voor de regio

De neurologen in het UMC St Radboud richten niet al hun wetenschappelijke pijlen op het vinden van hét medicijn tegen Parkinson. In het Parkinson Centrum Nijmegen (ParC) is een methode ontwikkeld om de patiënten zo goed mogelijk, zo efficiënt mogelijk en dicht bij huis te helpen. “Zorg voor nu, een oplossing voor later.”

Een akelige ziekte, zo noemt Bas Bloem de ziekte van Parkinson. En dan drukt het medisch hoofd van het Parkinson Centrum Nijmegen (ParC) zich nog mild uit. Met deze slijtageziekte van de hersenen gaat niet alleen het kenmerkende trillen gepaard, tevens is er stijfheid in het lichaam, veel pijn, moeite met lopen, plassen en slikken. Geestelijk zijn er ook de nodige klachten, als dementie en depressie. En dat is slechts een kleine greep uit de narigheid die Parkinsonpatiënten treft. Een medicijn dat alles oplost is er niet. “Ik denk niet dat Parkinson ooit volledig te genezen zal zijn”, aldus Bloem. “Los je een van de oorzaken van Parkinson op, dan zullen er bij wijze van spreken nog negentien overblijven.”
De onderzoekers in Nijmegen hebben daarom de bakens verzet, uiteraard wordt er gezocht naar oplossingen voor de ziekte, maar de patiënten die nu te kampen hebben met de problemen worden ook uitstekend opgevangen. De compagnon van Bloem binnen ParC, wetenschappelijk hoofd Marten Munneke, verwoordt het als volgt: “Zorg voor nu, een oplossing voor later.”
Waar de medicijnen tekort schieten hebben Parkinsonpatiënten vaak veel baat bij fysiotherapie, logopedie of soms zelfs psychologie. Bloem: “Het is een hele complexe ziekte, waarbij veel paramedische zorg komt kijken. Hier in Nijmegen hebben we als academisch ziekenhuis een groot achterland. Er zijn wel tienduizend mensen met Parkinson in deze regio. Met ParC bieden we ze een behandeltraject aan waar neurologen vanuit ziekenhuizen bij de mensen in de buurt betrokken zijn, als ook fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en andere paramedische zorgers. Binnen het vorig jaar geopende ParC Dagcentrum bekijken we periodiek in drie dagen met een multidisciplinair team en de patiënt wat voor diegene de beste zorg is in zijn omgeving, dat scheelt de patiënt daarna de reis naar Nijmegen iedere keer.” Bij deze behandelmethode hoort ook ParkNet, het regionale netwerk van gespecialiseerde zorgverleners die ook geregeld bij het Nijmeegse ParC onderwijs volgen. En tenslotte is er ParkinsonWeb, hetgeen staat voor moderne ICT toepassingen binnen de zorg die de communicatie tussen behandelaars moeten verbeteren. Zelfs patiënten moeten bij hun eigen dossier kunnen om bijvoorbeeld een anamnese in te vullen, wat tijd scheelt in de behandeling.
Het belang dat Bloem hecht aan de paramedische zorg heeft een deels persoonlijke achtergrond. “Al tijdens mijn promotie kwam ik erachter dat fysiotherapie bij houding- en balansstoornissen vaak effectiever is dan medicijnen. Daarnaast heb ik lang op hoog niveau volleybal gespeeld en kwam zo vaak met fysiotherapie in aanraking, dat heeft mijn vertrouwen er in gesterkt.”
Momenteel loopt er een wetenschappelijk onderzoek naar deze Nijmeegse zorginnovatie, maar ook op fundamenteler niveau wordt onderzoek gedaan. Naar motoriek, biomarkers, cognitie en Parkinson, slaap en Parkinson, en genetica.
En dan is er nog het onderzoek waar Bas Bloem een Vidi-subsidie voor heeft ontvangen. Met Ivan Toni van het FC Donderscentrum doet Bloem onderzoek naar compensatie binnen de hersenen. Parkinson zorgt er voor dat sommige cellen afsterven, nu blijkt dat andere cellen daardoor harder gaan werken om bepaalde taken toch nog te kunnen voltooien. “Als we die gebieden waar dat gebeurt nu kunnen vinden en de compenserende cellen weten te ondersteunen, dat zou een mooie doorbraak zijn”, aldus Bloem. Het hersenonderzoek zou in de toekomst te combineren zijn met het project BrainGain, dat onlangs in de prijzen viel (Vox 15) en waar ParC ook in participeert.
Dat ParC de verantwoordelijkheid heeft genomen om het zorgnetwerk voor Parkinsonpatiënten in Nijmegen en regio te organiseren, vindt Bloem vanzelfsprekend. Ook al zouden andere medici wellicht eerder afwachten tot belangenverenigingen of de overheid iets organiseerden. Bloem: “De realiteit is dat de patiënten niet met één instelling te maken hebben, maar met een netwerk. Niemand is verantwoordelijk voor dat netwerk, in dit geval hebben wij die zorg op ons genomen. Wij zijn wat dat betreft een soort aannemer in de zorg.”

Actieve studenten

“Het zijn enorm gemotiveerde mensen”, zo typeert Sebastiaan Gordinou de Gouberville zijn medestudenten bij geneeskunde. De praeses van de Medische Faculteits Vereniging Nijmegen (MFVN) verklaart waarom zijn vereniging zo actief is. Het is niet vreemd dat er elke dag in de week een activiteit van de MFVN op het programma staat. “Er zijn veel studenten op de faculteit en wij hebben ook veel leden in de vereniging. Die zijn ook actief, soms formeel, soms informeel. We hebben eigenlijk geen activiteit die niet loopt, dus je kunt ook wel stellen dat er veel vraag is naar de activiteiten.”
Terwijl het juist de geneeskundestudenten zijn waarvan gezegd worden dat ze het zo druk hebben in vergelijking met andere studenten. Gordinou de Gouberville: “Dat wordt gezegd, maar je hoeft niet altijd veertig uur per week te besteden aan je studie, soms kun je het werk ook in kortere tijd doen. Daarnaast is het niet altijd moeilijk, maar wel veel.”
De MFVN is niet een club die zich afzondert van de rest van studerend Nijmegen, stelt de praeses. Veel MFVN-leden zijn ook nog actief bij sportclubs, Carolus of Ovum.
Een belangrijke rol in de ontspanning van de geneeskundestudenten speelt kroeg De Aesculaaf, achter de kantine. “Die is in september 2003 geopend en dat was een schot in de roos”, aldus Gordinou de Gouberville. “Iedere dag tussen vier en zeven is het geopend en het is er altijd supergezellig. De Aesculaaf is erg belangrijk voor de geneeskundestudenten.”