“Levenslange, eenzame opsluiting bracht mij tot deze eer”, vertelt Cees Nooteboom zijn publiek, na – maandag 4 september – het eredoctoraat ontvangen te hebben. Vier letterkundigen over de schrijver die “wel wat gêne heeft met betrekking tot de omgang met eerbetoon”.

Wie? Peter Nissen, decaan faculteit der Theologie en hoogleraar kerkgeschiedenis

“Al sinds mijn veertiende ben ik een groot bewonderaar van Cees Nooteboom. Op de middelbare school las ik zijn roman De ridder is gestorven. Het is een roman die gaat over het schrijverschap, het is een soort meditatie over het schrijver zijn. En precies dat is het fascinerende van het werk van Nooteboom: zijn compromisloze keuze voor de literatuur, het léven voor de literatuur. Dat compromisloos kiezen, doen monniken ook: zij leven voor God en de kerk. Die overeenkomst komt terug in zijn boeken: kloosters – de plek waar Nooteboom zijn jeugd doorbracht – komen bijna in iedere roman voor, zo ook in De ridder is gestorven. Al op jonge leeftijd had ik grote fascinatie voor het kloosterleven, het werd dan ook een sport om alle romans van Nooteboom te lezen waar kloosters in voorkomen.
Nooteboom verdient dit eredoctoraat óók vanwege zijn enorme veelzijdigheid en eruditie. Hij schreef poëzie, toneel, reisverhalen, romans, wat eigenlijk niet? Alle genres zijn door hem wel beoefend. Alle tradities uit allerlei culturen komen in zijn reisverhalen bij elkaar, en dat past goed bij een universiteit die ook breed wil zijn, zoals de onze.
Cees Nooteboom is de meest gelezen Nederlandse schrijver in het buitenland, wordt daar meer gewaardeerd, zelfs genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs. Terwijl ik vermoed dat, bijvoorbeeld, middelbare scholieren véél eerder Giphart lezen dan Nooteboom. Hij vraagt aandachtige lezers, je moet er bij blijven.”

Wie? Joyce Thönnissen (22), studente Nederlandse taal en cultuur

“Vorig jaar heb ik een collegereeks gevolgd over het oeuvre van Cees Nooteboom. Ik vond het interessant en omdat ik er werkstuk nog over moet schrijven, heb ik tijdens Summer University meegedaan aan de Master Class over Nooteboom.
Als ik als leesliefhebber moet oordelen over het werk van Nooteboom, zeg ik: nee. Het is niet toegankelijk, niet makkelijk. Je slaat niet even een boek van hem open vlak voor je naar bed gaat. Daar staat tegenover dat ik zijn oeuvre wel heel leuk vind om te onderzoeken, te interpreteren. Hoe meer ik er over leer, hoe interessanter het wordt. Maar mijn lievelingsschrijver zal het niet worden, ik wil liever meer verhaal, zoals de boeken van Thomas Rosenboom.
Eigenlijk vind ik het werk van Nooteboom best wel op dat van Mulisch lijken, al mag ik dat vast niet zeggen. Het is die eruditie, een soort geldingsdrang om te laten zien: kijk, dit weet ik allemaal. En dat wordt ook van de lezer verwacht, terwijl ik al die kennis absoluut niet heb.”

Wie? Esther op de Beek, docent en onderzoeker taal- en cultuurstudies. Studeerde cum laude af op Nooteboom

“Nooteboom verwacht veel van de kennis van de lezer. Sommigen noemen dat geveinsde eruditie, maar filosofisch getinte, intellectuele werken doen het sowieso niet erg goed in Nederland. De meeste mensen willen gewoon een spannend verhaal.
Tijdens mijn studie Nederlands kwam ik met het werk van Cees Nooteboom in aanraking. De eerste keer dat ik zijn roman In de bergen van Nederland las, legde ik het weg, ik kon er nog niet zoveel mee. Na een paar weken viel het kwartje pas: ik begreep ineens wat er gebeurde in die roman. En zo werd In de bergen van Nederland – onder meer – het onderwerp van mijn scriptie. En ook al heb ik het toen wel twintig keer herlezen, dat boek is gewoon overeind gebleven. Als je nu een willekeurige zin noemt, weet ik – bij wijze van spreken – de volgende. En ik geniet er nog steeds van.
Nooteboom is een zeer belezen man, heeft heel veel gezien van de wereld. Hij is nooit oordelend in zijn werk, zal zich niet snel uitspreken. Hij neemt heel scherp waar en beschrijft wat hij ziet vervolgens in prachtige zinnen. Het humoristische aspect in zijn werk trekt mij ook, hij speelt eigenlijk spelletjes met de lezer. Ik heb Nooteboom één keer ontmoet, ter voorbereiding op de lezing. Hij liet me een hele stapel scripties over zijn werk zien en zei: ‘je bent dus niet de enige’. Ik denk dat hij het zowel vervelend als fijn vindt dat zo veel wetenschappers zich verdiepen in zijn werk: het is strelend, maar het stoort hem ook dat al die wetenschappers alles tot op de bodem uit willen zoeken.”

Wie? Paul Sars, decaan faculteit der Letteren en hoogleraar Duitslandstudies

“Weet je wat ik zo bijzonder vind? Zijn poëzie. Nootebooms gedicht Aas, dat ik voordraag tijdens de laudatio, doet me sterk denken aan het type werk van Celan, de dichter naar wie ik onderzoek heb gedaan. Celan heeft een voorstelling van de dichter en zijn poëzie als van een herder met zijn schapen. Sommige schapen lopen vooruit, andere blijven achter, maar ze horen bij elkaar. Het is de poëzie van Cees Nooteboom die me het meest bij blijft. Als ik een gedicht van hem veelvuldig gelezen heb, reciteer ik het hardop op de fiets of schiet het me in de trein ineens te binnen.
In het werk van Nooteboom zie ik altijd magie, de magie van de taal. Als ik jou koffie aanbied, is taal een communicatiemiddel, een transportlijn. Nooteboom verstaat de kunst om het magisch te maken. Grote literatuur maakt een ervaring mogelijk die je nog niet had. De eerste keer dat ik in Griekenland was en de zon in zee zag ‘terugkeren’, dacht ik: dit heb ik al eens eerder gezien. Het bleek echter een beeld te zijn dat ik onbewust uit een gedicht van Hölderlin haalde.
Nooteboom is in Duitsland populairder dan in Nederland. Zijn werk heeft een bepaalde diepgang en beschouwelijkheid die eigen is aan de Duitse cultuur: achterover leunen en peinzen. Een cultuur waarin filosofie en literatuur dicht bij elkaar liggen, al zal een Duitse auteur of filosoof dat zelf ontkennen. Wij Nederlanders kennen geen geschiedenis van grote filosofen, terwijl de Duitse middelbare scholier nog altijd een tekst van Kant moet lezen. Duitse auteurs werken meer in een traditie van beschouwing, niet van opinie, zoals wij.”

De Faculteit der Letteren organiseert vier publiekslezingen naar aanleiding van het eredoctoraat, op 5, 12, 19 en 26 september om 20.00 uur. Bijwonen is gratis, aanmelden is verplicht: www.ru.nl/letteren/ceesnooteboom. Voor meer informatie: 024-3612825.