Sinds dit jaar moeten studenten van diverse bètastudies verplicht in de loop van twee jaar twintig lezingen bijwonen, als onderdeel van hun academische vorming. Volgens menigeen een te strak keurslijf. ‘Bij de laatste lezing zijn we een potje gaan kaarten.’
Dat de bètafaculteit werk maakt van de academische vorming is niet nieuw. Al een aantal jaren moeten eerstejaars hun studiekeuze schriftelijk motiveren, en binnen een aantal opleidingen vormen schrijfopdrachten en presentaties ook al een tijdje een vast onderdeel van de academische vorming. Nieuw dit jaar is een lezingenreeks: tweede- en derdejaars zijn verplicht verspreid over twee jaar twintig lezingen bij te wonen, en daar met een kort verslag op te reflecteren. Dit geldt voor de studenten van de studies scheikunde, natuurwetenschappen en moleculaire levenswetenschappen.

Luc-Jan Laarhoven, studiecoördinator bij natuurwetenschappen, is één van de bedenkers van het nieuwe programma. ‘Een regelmatige lezing is volgens ons voor studenten een erg goede aanvulling op het reguliere onderwijs. Het is iets anders dan een college bijwonen. Het verruimt je blikveld, je luistert anders en het biedt oriëntatie op je beroepskeuze. Via lezingen kunnen studenten een antwoord vinden op de vraag: ‘waar doe ik dit allemaal voor?’

Student natuurwetenschappen Timo Bretten is binnen studievereniging Leonardo da Vinci actief met het organiseren van lezingen. Bij de laatste lezing was het zoals verwacht drukker dan gemiddeld vorig jaar, maar de sfeer had er volgens Bretten onder te lijden. ‘We waren gewend dat er na afloop een discussie plaatsvindt, maar die bleef nu uit. De stemming was matter dan we gewend waren.’ Dat heeft volgens Bretten te maken met het verplichte karakter. ‘Het bezoeken van lezingen wordt nu een plicht. Dat verandert de sfeer, want iets dat je vrijwillig doet, is altijd plezieriger dan iets dat je moet.’

Annemieke Engelbert, student scheikunde, ziet niks in de verplichte lezingen. Ze bezoekt nu lezingen alleen omdat het moet, zonder speciale interesse in de spreker of het onderwerp. ‘Dan schiet de academische vorming haar doel voorbij. Bij de laatste lezingen die ik bijwoonde zaten we op de achterste rij met een stel studenten te kaarten. Het leek weer of je terug was op de middelbare school.’

Scheikundestudent Renée Ripken heeft ook haar twijfels. Zij onderschrijft de doelstelling van de onderwijsmakers om de academische vorming minder vrijblijvend te maken. ‘Maar wat ik om me heen hoor is dat het te ver is doorgeschoten. Het is juist niet academisch iets verplicht te stellen, je krijgt dan al gauw het idee weer op school te zitten. Bovendien is het aantal verplichte lezingen te hoog.’

Luc-Jan Laarhoven herkent de kritiek uit studentenkringen, maar wil tegenwerpen dat de laatste twee lezingen door zo’n tachtig tot negentig studenten werden bezocht. ‘Er kwamen veel vragen uit de zaal. Ik kreeg niet de indruk dat er veel mensen tegen wil en dank de lezing bijwoonden.’ En als de onderwerpen niet boeiend zijn, kunnen studenten zelf onderwerpen aandragen, zegt Laarhoven. ‘We proberen het zo leuk en open als mogelijk te houden.’ Over de vraag van studenten of het niet een onsje minder kan, en een programma met zo’n zeven lezingen per jaar wellicht beter werkt, moet Laarhoven nog nadenken. ‘Dat is iets voor de evaluatie. Maar aan het verplichte karaker op zich zullen we niet tornen. Anders komt zo’n serie lezingen niet goed uit de verf. Dat weet ik inmiddels uit ervaring.’

Lees meer in Vox magazine