Vijf Verenigingenfeest‘Ho, wacht even!’ De echte drukte moet nog beginnen om kwart over 10, maar de jassendame op het Vijf Verenigingenfeest is nu al overwelmd. In de rij bij het Kolpinghuis staan nog vooral verenigingsmensen, te oordelen aan de kraagjes van Carolus Magnus, de Loefbijter en Ovum Novum. Een eerste blik in de feestzaal beneden geeft hetzelfde beeld. De eerstejaars zijn vooralsnog redelijk dun gezaaid. Hun eerste dansbewegingen, op de Lambada, doen nog vooral denken aan een beginnend schuifelpartijtje op de middelbare school. Het is nog vroeg om te oordelen, maar wint het Beestfeest vanavond de concurrentiestrijd?

Op de achtergrond prijkt een megaposter: WORD LID! De vijf verenigingen aangesloten aan het B.O.S. – dus ook de nog niet genoemde Phocas en Argus – organiseren het jaarlijks terugkomende feest, en dat zullen we weten. Een groot projectiescherm met reclame, legio posters, en elk een kraampje met promotieartikelen. Maar wacht eens, prijkte daar aan de deur niet net nog een poster van Phocas, waar er nu een van de Loefbijter hangt? En op een tafel verderop liggen de flyers van Ovum als een nieuwe sedimentlaag over de flyers van Carolus. De concurrentiestrijd is begonnen!

Het verenigingsleven mag niet als enige promotie maken. Er is een Jillz-loungeruimte ingericht, inclusief fijne groepssofa. Wie wil zitten moet eerst even een appel onder zijn bips vandaan vissen. In no-time stapt er een polaroidcamera op ons af. ‘Willen jullie op de foto?’ Nou vooruit dan: ik zet de appel op mijn hoofd en de fotograaf schiet. Net Wilhelm Tell.

Langzamerhand stroomt het gebouw steeds voller met introgroepjes. In het gangpad rijdt een jong manneke met poezenmasker tegen een meisje op. Haar lijkt het niet te deren. Zoveel drank lijkt er echter verder nog niet te zijn geconsumeerd. Zelfs op I Gotta Feeling van de Black Eyed Peas is het dansen tamelijk makjes, en de meisjes die een groepsfoto maken hangen nog lang niet over elkaar heen. ‘Het feest komt nog maar langzaam op gang’, bevestigt een Oviaan. Maar tegen half 12 staat de benedenverdieping behoorlijk vol, en wordt er duchtig meegezongen met Enrique Iglesias. De temperatuur stijgt.

Nu pas komen we erachter dat er op de bovenverdiepingen ook wat te doen is. De bewegwijzering laat te wensen over. Eerst maar even de zaal checken waar een band speelt. Nette overhemden, gele stropdassen, en covers van Guus Meeuwis en Van Morrison. Al snel is duidelijk dat de band er meer staat voor de stemmingmakerij dan de muzikale kwaliteiten, maar de sfeer krijgen ze er dan ook zeker in. Het valt de zangeres te vergeven dat ze tijdens een makkelijk refrein van No Doubt even de songtekst spiekt.

De bovenste verdieping, waar het Goud Fout-gedeelte is, komt het langzaamst op gang. ‘Ja leuk feestje, alleen jammer dat er niemand is’, bevestigt een feestganger die de drukte beneden weer gaat opzoeken. Desondanks staat er een groep geschiedenisstudenten flink te hossen op een skihutversie van Het land van Maas en Waal. Ovum laat zijn gehaaide kant weer zien wanneer een lid me vraagt: ‘Heb je een beetje een leuke week gehad?’ Prima, maar ik loop geen intro. Na een kort beleefdheidspraatje loopt hij naar een groepje eerstejaars met witte Jillz-zonnebrillen.

Tegen enen wordt het duidelijk tijd om het feesten maar over te laten aan de nieuwe eerstejaars. Zelfs de bovenzaal is nu aardig gevuld. Vergeleken met het Beestfeest in Doornroosje, waar de rij om kwart over 8 al tot aan de straat stond, is de concurrentiestrijd misschien verloren. Wat maakt het uit. De doelgroep is er, en heeft veel goede zin meegenomen.