De Nijmeegse studentenvertegenwoordigers AKKU en SIAM reageren verschillend op het besluit van de Radboud Universiteit om ANS uit de introtasjes te weren. Terecht, vindt SIAM. Ontzettend kwalijk, oordeelt AKKU.
AKKU-voorzitter Willem de Kleijne spreekt van een debacle. ‘Het is ontzettend kwalijk dat de onafhankelijke pers met een hoofdredactie die weloverwogen keuzes maakt, op deze manier wordt belemmerd. Ik vind het heel neerbuigend van de voorlichters, toch volwassen mensen, om zich zo op te stellen. ANS kan op ons rekenen, we zijn bereid de redactie op allerlei manieren te helpen.’ De Kleijne noemt het waarschijnlijk dat er vrijdag een ludieke actie plaatsvindt. ‘Als er bijvoorbeeld duizend ANSjes van het Erasmus-gebouw gegooid moeten worden, helpen we graag mee.’ AKKU stak ANS een hart onder de riem met een memo (zie foto): een cover van een eerder verwijderde editie van ANS, met daarop de tekst: ‘Beste ANS, samen sterk tegen censuur. Immer strijdbaar, Willem de Kleijne, voorzitter AKKU.’
De reactie van SIAM is precies tegenovergesteld. Voorzitter Thijs van Reekum: ‘ANS heeft het afgelopen jaar meerdere malen dingen gedaan waar we niet over te spreken zijn. Zo heeft de redactie persoonlijke e-mailadressen van leden op internet geplaatst. Wij vinden het werk van ANS niet altijd journalistiek verantwoord en zijn van mening dat deze beslissing een goed signaal van de universiteit is.’
Ondernemingsraadvoorzitter Henk de Jager (vertegenwoordiger namens de medewerkers) stelt vraagtekens bij het besluit van de Radboud Universiteit. ‘Je moet een vlek niet uitwrijven. Wat je nu ziet is dat heel veel media er over berichten en de schade op die manier nog groter wordt dan wanneer je ANS in de tasjes had gehouden. De voorlichters hadden ook in hun eigen uitingen kunnen aangeven dat een studie een serieuze aangelegenheid is en dat een onderdeel van het studentenleven ook ‘lang leve de lol’ is. De berichtgeving in de media is al zo zakelijk, met onderwerpen als harde knip en bindend studieadvies, dat je haast niet van deze wereld moet zijn om te weten dat je werk moet maken van je studie.’