En zo zit je tijdens je master Biologie opeens in Hawaï. Robin de Peijper loopt een halfjaar stage bij het Hawai’i Insitute for Marine Biology (HIMB) om de gevolgen van lawaaioverlast voor dolfijnen in kaart te brengen. Door lawaai van schepen, boren en baggeren kunnen de Cetecea (verzamelnaam van onder andere walvissen, dolfijnen en bruinvissen) elkaar en hun eigen echogeluiden niet meer horen, terwijl zij wel voedsel moeten kunnen vinden en roofdieren te slim af moeten zijn.

Dolfijnen horen gemiddeld zeven keer beter dan de mens. Daarnaast gaat geluid vier keer sneller door water dan door de lucht. Geen wonder dus dat de zeedieren last hebben van de vele geluiden die de mens onder water veroorzaakt. Met het onderzoek dat De Peijper uitvoert in het Marine Mammal Research Program (MMRP) van het HIMB moeten er duidelijke regels opgemaakt kunnen worden over geluidsproductie. De Peijper: ‘Het is een enorm complexe uitdaging om te weten te komen wat Cetecea nu precies horen, welke geluidsfrequenties ze gebruiken en of ze negatief beïnvloed worden door het huidige lawaai.’

Om het onderzoek te kunnen doen heeft het MMRP beschikking over drie dolfijnen en een zwarte zwaardwalvis. Bij goed gedrag krijgen ze een beloning volgens de positieve bekrachtigingtechniek. ‘De dieren doen vrijwillig mee. Het lijkt erop dat ze met veel enthousiasme meewerken’, aldus De Peijper.

De Peijper doet niet alleen onderzoek in Hawaï, maar helpt ook met het verzorgen van de dolfijnen. ‘In The Fish House maken we dagelijks porties vis klaar. Er staat een enorme diepvries die elk halfjaar wordt aangevuld met ongeveer tienduizend kilo vis. Hier sorteren we onder strenge hygiëneregels de vis. Iedere vis die gevoerd wordt is gecheckt en zorgvuldig behandeld’, vertelt De Peijper.

Hieronder zijn de drie dolfijnen en de zwaardwalvis te zien. Klik op de foto voor een groter beeld. Van links naar rechts: Vader Boris, moeder BJ, kindje Ho’o lono en zwaardwalvis Kina.