Vandaag organiseerde de Radboud Universiteit de allereerste meeting speciaal voor aio’s en postdocs van RU en UMC. Onderwerp van gesprek: hun carrièrekansen binnen én buiten de wetenschappelijke wereld. ‘Maar 30 procent kan in de wetenschap blijven, dus er is behoefte aan tips en trucs!’
De belangstelling is groot, getuige het recordtempo waarmee de inschrijving is volgelopen. Maar liefst 220 aio’s en postdocs hebben een plek op de meeting gereserveerd. De tientallen die zich daarna nog aanmeldden moesten teleurgesteld worden. Anja van Kessel, organisator van de meeting: ‘Aio’s en postdocs hebben allemaal hetzelfde probleem: ze hebben een tijdelijk contract. Een deel kan na afloop van dat contract door in de wetenschap, maar lang niet iedereen.’ En dus moeten aio’s en postdocs worden voorbereid op hun toekomst, vond ook de universiteit. Van Kessel: ‘Het is gewoon goed werkgeverschap om zo’n dag als vandaag aan te bieden, waar aio’s en postdocs geïnspireerd worden, praktische geïnformeerd worden én met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de mogelijkheden die ze hebben, na afloop van hun contract’.
Voorzitter van het Radboud Postdoc Network (RPN) Helma Pluk is niet verbaasd over de grote toeloop. ‘Zelfs vanochtend kreeg ik nog een telefoontje van iemand die wilde deelnemen. Wij signaleren al langer dat er veel onwetendheid bestaat onder postdocs over carrièremogelijkheden én de ondersteuning die de universiteit biedt bij het verkennen van die mogelijkheden. Een goed initiatief van de universiteit, maar ze hadden hier best al een paar jaar eerder aan mogen beginnen.’ Heeft de universiteit wellicht willen inspringen op een behoefte die pas recent, bijvoorbeeld door de economische crisis, is toegenomen? ‘Ik geloof het niet,’ zegt Pluk. ‘De crisis raakt ons allemaal, maar daar zijn wij postdocs niet ineens een stuk banger van geworden. Feit is dat maar zo’n 30 procent van alle aio’s en postdocs in de wetenschap kan blijven. Er is dus behoefte aan tips en trucs om aio’s en postdocs voor te bereiden op de mogelijkheden die ze hebben. Binnen of buiten de wetenschap: hoe halen zij het beste uit zichzelf?’