Wat is het mooiste wat het studentenleven ons kan brengen? Die vraag stelden wij ons als vijfdejaars vwo’ers – het moet net na de invoering van de euro zijn geweest. Als student heb je bepaalde privileges, zo fantaseerden we tussen de lesuren door. Naast een prettig financieel vertrouwen van het thuisfront en vadertje Staat, gingen onze gedachten vooral uit naar la vie d’étudiant met eigen mores, vloeiend bier en studentes met een fysiek voorkomen waarover in dorpen als Vorstenbosch en Loosbroek enkel vol mysterie werd gefluisterd. Kortom: een geheime wereld zou zich voor ons openen,

We voelden ons trots. Het eindeloos zwoegen op Latijnse naamvallen, het doorklieven van onverstaanbare luistertoetsen en natuurkundige entropie zou het waard zijn. We zouden privileges krijgen waarvan andere maatschappelijke groepen – op hun beurt – over mochten fantaseren. Een leven als student, als academicus.

Maar helaas, de academische voorrechten bleken slechts van korte duur. Het systeem valt in duigen. En zoals het altijd gaat met de ondergang van een cultuur, gebeurt het heel stiekem en gemeen.

Voorbeeld uit Utrecht: het koffiezetapparaat. Op DUB lezen we dat het huishoudelijke machine moet verdwijnen uit de universitaire kamer. Weg intense koffiegeur boven de artikelen, tabee tevreden gepruttel en – het belangrijkste – foetsie de smaak van een sterke bak van je lievelingsmerk. De UU gaat geheel over op automaatkoffie, waarvoor soms wel 100 meter moet worden gelopen. ‘De huishoudelijke apparaten zijn niet gemaakt voor intensief gebruik en voldoen niet aan de strenge eisen waaraan apparaten op de werkvloer moeten voldoen’, zo zegt de man van het Facilitair Service Centrum. ‘Er zijn regelmatig nog problemen met die koffiezetters. Laatst was er door zo’n apparaat weer kortsluiting ontstaan.’

Problematischer wordt het als het verval groter begint te worden. Kijk, natúúrlijk leven we in een technocratische mediastaat waarin openheid, solidariteit en gelijke rechten prachtige verworvenheden zijn, maar sommige dingen moeten gewoon van ons – de studenten – blijven. En dat is heus niet hautain of elitair bedoeld.

BNN is een prachtige omroep – ik heb mij op een vakantie in Renesse door een vrij agressief promotieteam zelfs nog laten omlullen tot een lidmaatschap (waarna vier weken later het introductiecadeau, de Neuken doe je zo-videoband op de deurmat van mijn ouders viel). Op campus.tv verscheen het bericht dat de omroep een dramaserie wil gaan maken over feuten.

Gedurende de serie zien de kijkers het leven van een Feut, staat in een intern document. In de eerste afleveringen worstelen de hoofdpersonen met de grillen van de ontgroeningscommissie. Wanneer ze doorkrijgen dat de ontgroening maar een spel is en ze grip op de situatie krijgen, loopt het uit de hand. In aflevering vier sterft er namelijk een aartsvijand van het studentencorps. Iedereen wordt schuldig en medeplichtig gezien aan zijn dood. Vanaf dan wordt het erop of eronder. Doe je mee of lig je eruit? Hoeveel heb je ervoor over om erbij te horen?

Wat nu gebeurt: alle geheimen van het studentenleven worden blootgesteld en beoordeeld door bankzittende tv-kijkers. Kamervragen, verontwaardigde brieven, nog wat vervolgreportages van Alberto Stegeman en Peter R. de Vries zullen erop volgen. Nadat het studentenleven na enkele eeuwen een prima zelfregulerend systeem is geweest, zal het nu uitsterven. Het wordt verboden, of toegankelijk voor iedereen – en daardoor dus identiteitloos.

Maar als we kijken naar de privileges die het aller-snelst verdwijnen, dan zijn het wel de vrouwen. Of beter: de billen van onze vrouwen.

Er wordt een mooie studentenbillen-wedstrijd georganiseerd – een paar mbo’ers doen ook mee, soit – en daar kunnen mensen op stemmen. Kijk, op deze booty kan gestemd worden, op dit kontje, en die. Maar ook mensen die niet studeren hebben stemrecht. En dat is natuurlijk debiel. Als er bijvoorbeeld – en dit is ook echt niet dedain bedoeld – een lassersvrouwenbillen-wedstrijd wordt georganiseerd, zijn het nog altijd de lassers zelf die het best kunnen beoordelen welke bilmorfologie en -anatomie het meest gewenst is. Daar bemoeien wij ons studenten – we hebben wel wat anders te doen – totaal niet mee. Hetzelfde geldt overigens voor de Student of the Year-verkiezing.

Ik bedoel, en dit is het einde van mijn betoog: wat blijft er nu over van het studentenwereld als de mores en de vrouwen gedeeld moeten worden met de rest van Nederland? Tel je daar de slappe automaatkoffie nog eens bij op, en dan valt er voor een stel 17-jarige jochies nog weinig te dromen. En voor de kunst van het vrouwenversieren – zo wees mij een Vox-redacteur – hoef je ook al niet meer in de leer bij een respectvolle mentorpappa. Een gitaar, voor iedereen te koop, is al genoeg.