De toekomstige generatie studenten gaat de kosten van de crisis betalen. Dat schrijven de Nijmeegse collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth en HAN-voorzitter Ron Bormans vandaag in NRC en NRC Next. De voorgestelde bezuinigingen maken opleidingen zo duur dat jongeren er vaker voor zullen kiezen om dan maar niet te studeren, of een goedkopere studie in België te volgen.
‘Een kil, ideologisch stuk’, luidt het oordeel van De Wijkerslooth en Bormans over de voorstellen van de ambtelijke werkgroep om een miljard euro te bezuinigingen op het hoger onderwijs en studiefinanciering. Ze verwijten de makers dat die zich beperkt hebben tot het opsommen van mogelijke bezuinigingen, zonder daarbij de gevolgen voor de Nederlandse economie te schetsen. ‘Het hoger onderwijs, dat de motor van het economisch herstel zou moeten zijn, komt tot stilstand.’
Volgens de twee onderwijsbazen realiseert Nederland zich onvoldoende wat de gevolgen zullen zijn van de bezuinigingen die door de ambtelijke werkgroep zijn gepresenteerd. Een verhoging van het collegegeld met tweeduizend euro, zoals een van de voorstellen luidt, zal volgens hen bijvoorbeeld leiden tot een uittocht van studenten naar België, waar een studie niet meer dan 600 euro per jaar kost.
Ook gaat de ambtelijke werkgroep er te gemakkelijk (‘achteloos’) vanuit dat studenten bereid zullen zijn om hoge studieschulden aan te gaan. Uit de jaarlijkse studentenquête in Nijmegen blijkt juist dat studenten door de economische crisis veel terughoudender zijn geworden als het om schulden gaat. Afschaffing van de studiefinanciering in combinatie met een hoger collegegeld zal dan ook niet zonder gevolgen blijven voor de instroomcijfers.
De voorgestelde bezuinigingen op de instellingen zelf kan al evenmin op instemming rekenen van de collegevoorzitters. Daartoe zouden ze volgens de ambtelijke werkgroep bijvoorbeeld kunnen bezuinigen op inefficiënties, zoals de ‘vele kleine opleidingen’. Maar: ‘is het inefficiënt als een hogeschool zijn best doet de kleine en uiterst nuttige opleiding leraar Natuurkunde overeind te houden?’, vragen De Wijkerslooth en Bormans zich retorisch af. Om ten slotte te verzuchten: ‘Het kabinet gaf de werkgroep een onmogelijke opdracht.’
Het volledige artikel:
Een onmogelijke opdracht
Een Kabinet dat een groepje ambtenaren opdracht geeft om te bedenken hoe 20% – ofwel 1 miljard euro – op uitgaven voor studiefinanciering en hoger onderwijs bezuinigd kan worden, weet dat het daarmee een onmogelijke opdracht geeft. Dit betekent immers linksom of rechtsom een lastenverzwaring van 20% per student per jaar; óf een aanzienlijke daling van het aantal uren onderwijs ; óf het beperken van de toegang tot het hoger onderwijs. De ambtelijke werkgroep zou er dan ook goed aan gedaan hebben de gevolgen van een dergelijke draconische ingreep in een open economie als de onze te schetsen. Helaas deed de werkgroep dat niet. Ze probeerde vooral een rechtvaardiging te vinden voor het afschaffen van de studiefinanciering, het verdubbelen tot verdrievoudigen van collegegelden en het aanzienlijk verlagen van de publieke financiering van universiteiten en hogescholen. Daarmee is het een kil ideologisch stuk geworden waarin gemakshalve allerlei economische wetmatigheden en grondrechten van burgers genegeerd worden. Het gaat ook voorbij aan het inmiddels gemeengoed geworden inzicht dat hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dé drijfveren voor maatschappelijk welzijn en welvaart zijn.
In het hoger onderwijs studeren ongeveer 600.000 studenten. Jaarlijks besteden zij gemiddeld ca 10.000 euro aan de kosten van hun levensonderhoud en hun studie (collegegelden, boeken etc.). Zij betalen dat uit een bijdrage van hun ouders, bijbaantjes en studieleningen. Een door de werkgroep voorgestelde verhoging van de collegegelden met zo’n tweeduizend euro per jaar betekent dus voor hen een aanzienlijke lastenverzwaring. Daarmee staat druk op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, daar waar de opdracht eerder moet zijn meer mensen te interesseren voor het hoger onderwijs. Bovendien komen door deze verhoging de collegegelden in Nederland op een niveau te liggen dat vele malen hoger ligt dan in Duitsland en België. Een enorme uittocht van jong talent naar die landen ligt voor de hand. Waarom zou een student in Nederland meer dan 3600 euro betalen voor een masterstudie als een zelfde opleiding in Vlaanderen maar 600 euro kost? Waarom zou iemand nog kiezen voor een lange en daardoor peperdure studie als natuurkunde?
De schrik voor buitenlandse studenten zit er bij de werkgroep ook flink in. Die kosten immers geld. Om de instroom daarvan in te dammen wordt voorgesteld de collegegelden voor buitenlanders uit de grensstreek (lees: België en Duitsland) kostendekkend ( ongeveer 10.000 euro) te maken Omdat volgens het Europese recht dat niet is toegestaan staat ergens een klein zinnetje dat Nederlanders die in de grensstreek (lees: buiten de Randstad ) wonen dan óók maar een kostendekkend collegegeld moeten betalen. Het is wel heel erg vreemd dat de werkgroep lijkt te suggereren dat een student uit Nijmegen meer collegegeld moet betalen dan een student uit De Haag.
Achteloos gaat de werkgroep er vanuit dat studenten geen moeite zullen hebben met het aangaan van grote studieschulden. Zij kunnen het later immers gemakkelijk terug betalen! Kennelijk is de werkgroep daar toch niet helemaal zeker van want ze stellen voor de terugbetalingstermijn te verlengen van 15 naar 25 jaar. Maar de financiële crisis heeft de animo om te lenen onder studenten bepaald niet verhoogd. Een groot aantal van hen geeft aan na de studie niet met een studieschuld te willen blijven zitten, zo blijkt uit de Algemene studentenenquête 2009 van de Radboud Universiteit. Ouders die hun kinderen niet met een studieschuld willen opzadelen en daarom die kosten voor eigen rekening nemen, komen van een koude kermis thuis. De heroverwegingswerkgroep stelt voor de aftrekbaarheid van de kosten voor levensonderhoud voor kinderen van 18 jaar tot 30 jaar te laten vervallen.
Na deze kaalslag meent de werkgroep ook nog te kunnen voorstellen de kaasschaaf te hanteren en de onderwijsbudgetten van universiteiten en hogescholen met 5% te korten, Ze verwijst ook nog eens naar inefficiënties zoals de vele kleine opleidingen. Is het inefficiënt als een hogeschool zijn best doet de kleine en uiterst nuttige opleiding leraar Natuurkunde overeind te houden? Zouden de ambtenaren van financiën in de werkgroep dat nodig hebben om een zonder politiek consent bij voorjaarsnota aan te kondigen dat in de begroting 2011 deze korting van 5% zal worden doorgevoerd?.
De toekomstige generatie studenten gaat de kosten van de crisis betalen. En de universiteiten en de hogescholen die de motor van het economisch herstel zouden moeten zijn, komen tot stilstand. Het kabinet gaf de werkgroep een onmogelijke opdracht. Het is begrijpelijk dat het demissionaire kabinet daarvoor geen verantwoordelijkheid meer wil nemen.
Ir. R. de Wijkerslooth Drs. M.J.G. Bormans
Voorzitter college van bestuur Voorzitter college van bestuur
Radboud Universiteit Nijmegen Hogeschool Arnhem en Nijmegen