Peter vd Heide kleinParlementair historicus Peter van der Heiden geeft wekelijks politiek commentaar, in de aanloop naar de Kamerverkiezingen in juni. Wat een commotie weer deze week. Hertelling in Miami aan de Rotte, ook wel Harare aan de Maas genoemd, een lijsttrekker die aankondigt never nooit in de Kamerbankjes plaats te nemen – hoeveel kiezersbedrog wil je hebben? – en als klap op de vuurpijl de glossy Gerda. Gisteren zat ik in een radiodebatje waarbij zelfs deze uitgave van het ministerie van Leven, Nuchterheid en Verhalen (volgens de cover van de glossy) als voorbeeld werd genoemd van onze onstuitbare glijpartij richting bananenrepubliek. Staatspropaganda van onze belastingcentjes, volgens de man op de straat. CDA-propaganda op staatskosten, volgens de Tweede Kamer. Wat een gezeur!

Nu moet ik zeggen dat ik ook niet echt warm loop voor een glossy met Gerda Verburg op de cover, maar dat kan persoonlijk zijn. Op ieder potje past een deksel, nietwaar, en dus zullen er vast mensen zijn die deze uitgave in het kader van vijfenzeventigjarig jaar LNV met blijdschap ontvangen. Zelf heb ik de variant van het ministerie van Onderwijs op de plank staan, die gegarandeerd minder lezers trok, want 927 pagina’s dik en wetenschappelijk opgezet. En waarschijnlijk net zo duur als het vier ton kostende fuifnummer van Verburg.

Onze demissionaire Landbouwminister bracht mij wel op een idee, of liever gezegd, bracht een goede vriend en aanstaande collega van mij op een goed idee. Wordt het niet eens tijd voor de glossy Peter, vroeg hij zich af. Met ruimte voor al jouw mooie stukjes over de parlementaire geschiedenis en de actuele politiek. Kan leuk en leerzaam zijn voor een groot publiek. Zijn woorden, niet de mijne.

Ik zat er serieus over na te denken. D’r zou wel een andere foto gemaakt moeten worden, want – zo meldde bovengenoemde vriend – van een cover met een uitvergrote versie van mijn beeltenis boven deze column worden mensen maar depressief. Wist-ie uit eigen ervaring; hij had het een dagje als bureaublad op zijn computer uitgeprobeerd. En hij zou wel een mooie bijdrage schrijven over mijn belevenissen buiten wetenschap en journalistiek.

Daarom zag ik er toch maar van af. Dit soort exhibitionisme laat ik toch maar aan de Gerda’s van deze wereld over.