Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp (‘hun hebben tentamen gehad’) zorgt al jaren voor een hardnekkig taaldispuut. Volgens de regels moet in dergelijke gevallen ‘zij’ worden gebruikt, maar is een regel die zo veelvuldig wordt overtreden wel een goede regel? Nijmeegse taalkundigen bogen zich over de kwestie en kwamen tot de verrassende conclusie: ‘hun’ is geen taalverloedering, maar heeft een duidelijke functie. Wat de onderzoekers betreft staat de deur naar een herziening van de regel daarmee wagenwijd open.
Wat de Nijmeegse taalwetenschapper Helen de Hoop en haar team ontdekten, is dat ‘hun’ een nuttig onderscheid aangeeft tussen levende en dode dingen. Voorbeeld: de zin ‘ze liggen op het bed’ kan gaan over mensen, maar ook over lakens. Maar zeg je ‘hun liggen op het bed’, dan is voor iedereen zonneklaar dat het om mensen gaat.
Uit het onderzoek blijkt dat we dat onderscheid als taalgebruiker haarfijn aanvoelen. Helen de Hoop: ‘We hebben een uitgebreide studie gedaan naar de spreektaal met behulp van het Corpus Gesproken Nederlands. Daaruit blijkt een onmiskenbare correlatie tussen het gebruik van ‘hun’ en het aanduiden van mensen. Taalgebruikers hebben kennelijk intuïtief zelf een manier gevonden om een onderscheid te maken dat door de geldende taalregels niet wordt onderkend.’
Dat verklaart ook waarom de overtreding van de regel zo algemeen is. Al in 1911 werd er door taalpuristen over geklaagd. Dienstbodes in de stad zouden het geïntroduceerd hebben als een sjieke vorm van ‘hullie’. Sinds die tijd is de opmars van ‘hun’ niet meer te stuiten. ‘Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp gaat dwars door sociale klassen, generaties en regio’s heen’, aldus de Hoop.
Het onderzoek van de taalkundigen maakt deel uit van een groter, door NWO gefinancierd onderzoek naar de rol van de ‘levendheid’ in taal. De Hoop: ‘In andere talen zie je vaak een duidelijk onderscheid in woorden die naar levende of dode dingen verwijzen. Dat zette ons op het juiste spoor.’ Aanstaande zaterdag presenteert de onderzoeksgroep haar bevindingen in Utrecht op de Taalkunde-in-Nederland-dag.
Wat De Hoop betreft brengt het onderzoek de discussie over hun/hen in een beslissende fase. Taalkundigen op universiteiten pleiten al langer voor coulance ten aanzien van ‘hun’, maar regelbewakers, zoals het genootschap Onze Taal, verzetten zich daar tot nu toe tegen. De Hoop: ‘Ons onderzoek biedt een missing link in de discussie. Tot nu toe werd ‘hun’ vaak beschreven in termen van taalverloedering, maar nu het een duidelijke functie blijkt te hebben, geldt dat argument niet. Van mij mogen we het wel eens serieus hebben over het veranderen van de regel. ‘Hun’ moet mogen.’