radboudDe naamsverandering van Katholieke Universiteit naar Radboud Universiteit eist zes jaar na dato nog een slachtoffer: de Radboudstichting uit Vught moet een nieuwe naam kiezen omdat ze steeds vaker ‘gezien werd als een onderdeel van een door de overheid bekostigde universitaire instelling’. Extra sneu voor de stichting is dat ze zelf aan wieg stond van de oprichting van de universiteit in 1923. Wel heeft de Radboud Universiteit genereus een nieuwe naam ter beschikking gesteld, die van de gelovige humanist Thomas More.

De Radboudstichting uit Vught stamt uit 1905 en heeft als voornaamste wapenfeit de oprichting van de universiteit in Nijmegen. Dat gebeurde door fondsen te verzamelen (tot collectes onder katholieken aan toe) en te lobbyen bij diverse overheden. Toen de overheid in de jaren zestig de financiering van de universiteit overnam, richtte de stichting zich op het uitgeven van beurzen en bijzondere leerstoelen in de geesteswetenschappen.

Sinds 2004 wordt de stichting uit Vught echter steeds vaker geassocieerd met de Nijmeegse universiteit. Dat is een kwalijke zaak vindt ze zelf. ‘Onze stichting ontvangt namelijk geen enkele ondersteuning van de de overheid en is voor de financiering van haar activiteiten volledig afhankelijk van giften’, zo is te lezen in het persbericht.

Volgens de stichting heeft de universiteit zich bij de naamsverandering ‘onvoldoende de nadelige gevolgen voor de Radboudstichting’ gerealiseerd. Die sneer uitgedeeld hebbende, constateren de Vughtenaren wel dat er ‘constructief’ overleg met Nijmegen heeft plaatsgevonden, waarbij de Radboud Universiteit de naam Thomas More heeft aangeboden. Een naam die min of meer ‘over’ was sinds de activiteiten van de Thomas More Academie zijn overgenomen door het Soeterbeeck Programma.

Dat aanbod is door de Radboudstichting graag geaccepteerd. Een groot symposium op zaterdag 20 maart, uiteraard ver van Nijmegen (Rotterdam), zal de naamswijziging markeren.