roddelWij wisten al lang dat bij het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS) de hogepriesters van de roddel en achterklap te vinden zijn ;-) Maar nu is het officieel. Ex-hoofdredacteur van ANS Aafje Brandt onderzocht als psychologe hoe roddels ons oordeel over mensen beïnvloeden. ‘In de journalistiek een herkenbaar fenomeen.’

‘Ik stond in de lift met mijn collega en kletste met haar over mijn promotor (Roos Vonk red.) Ik vroeg haar of Roos een mooi huis had, waarop mijn collega enthousiast vertelde dat ze een prachtig huis had. Mijn oordeel was gevormd: Roos had een prachtig huis.’ Dit voorval zette Aafje Brandt aan het denken en leidde uiteindelijk tot haar promotie-onderzoek. Ze onderzocht de het effect van kletspraat en beeldvorming. ‘Ook in de journalistiek een herkenbaar fenomeen’, zo weet ze uit de praktijk.

Roddelen, moddergooien, kwaadspreken: het kan zeer schadelijk zijn voor je reputatie. Andersom geldt ook: positieve informatie, zoals informatie over het huis van Roos Vonk, kan het beeld positief beïnvloeden. Kortom: wat anderen mensen over je vertellen, heeft een grote invloed over hoe men over je denkt. Bij positieve informatie is die invloed zelfs nog sterker als bij negatieve.

Aafje Brandt heeft dit fenomeen wetenschappelijke grond gegeven door te onderzoeken hoe mensen reageren op de boodschap ‘ik ben grappig en gezellig.’ Deze boodschap werd ook door iemand anders verteld: ‘Joost is grappig en gezellig’. Wat bleek: als iemand zegt dat je grappig en gezellig bent, wordt deze informatie serieuzer genomen dan wanneer je dit over jezelf zegt. Je brein corrigeert als het ware ‘strategisch overdrijven’ en schat andermans mening hoger in dan die van jezelf. Overigens werkt dit gegeven bij negatieve informatie anders. ‘Hier is de beoordeling gelijk.’

Deze kennis kan in de politiek en de journalistiek worden benut, vertelt Brandt. Als ANS-hoofdredacteur heeft Aafje Brandt met eigen ogen gezien hoe journalistiek en beeldvorming met elkaar zijn verweven. ‘Journalisten hebben als hoofddoel om een aantrekkelijk stuk te schrijven. Dit werkt dus, omdat mensen informatie van anderen serieuzer nemen dan van diegene zelf.’