‘Berend’, riep ik. ‘Berend! Ik heb inspiratie nodig! Help me!’ Dus Berend zei: ‘Ik help je wel even’. Niet op de manier waarop ik het bedoelde – want daarna was ik nog geen letter verder – maar fijn was het wel. Bedankt daarvoor, maar wat ik dus wilde zeggen: studiefinanciering.

Er zijn weinig dingen die in het begin zó leuk en daarna zo kut zijn, als studiefinanciering. Behalve dan sommige relaties en brood dat te lang in het keukenkastje heeft gelegen. Maar verder weinig dingen. In het begin is studiefinanciering vooral een kwestie van: hebben, hebben, hebben! Maar daarna verandert het in een naar soort: hebben, maar toch ook weer teruggeven. Het is een lening geworden. En als we iets van 2009 hebben geleerd, is het wel dat je geen lening wilt.

Ik heb net besloten een jaar langer te studeren zodat ik stage kan lopen en naar het buitenland kan. En dat kost me dus wel een jaar collegegeld. Duizendvijfhonderd euro. Ook wel vijftienhonderd euro genoemd, maar dat klinkt minder dramatisch. Weet je hoeveel broodjes Döner dat zijn? Echt heel veel, zeker 375. En dan ga ik er nog van uit dat ik het in één keer haal. Zo niet, kost het me ongeveer 750 broodjes lamsvlees.
En dit is dan een lening die nog meevalt: een studie-lening. Geen mooi-nieuw-huis-lening of ik-wilde-een-bedrijf-oprichten-maar-verloor-al-het-spaargeld-van-mijn-broer-lening, maar een gewone lening. En toch geeft het me de kriebels. Net als beschimmeld brood met blauwe pluisjes.