Het is wat met de vervoersmiddelen de afgelopen tijd. Eerst kon je met de trein nergens heen omdat er sneeuw was gevallen, de Semtex onder de natuurverschijnselen als je de NS moest geloven. Een retourtje Nijmegen-Utrecht kostte me een kleine 8,5 uur, die ik gelukkig kon vullen met het uitdelen van de zak Twixen uit het Radboud-kerstpakket. In het pakket zat ook een knijpkat: een uitvinding die na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid is geraakt, maar die in een donkere trein in het midden van een weiland toch wel van pas kwam.

Daarna (en daarvoor en eigenlijk ook tijdens) had je het OV-chipkaartdrama. Kaarten werkten niet, poortjes ook niet of mensen hadden geen chipkaart. Ik had er twee. Dat was ook niet goed. Middels een brief was me verzocht kaartnummer vijfviereeneenachtzevenzesvijfdrienegennegen te gebruiken, maar die had ik helaas anderhalf jaar geleden al weggegooid. De kaart die ik nog had zou worden geblokkeerd. Jammer genoeg probeerde de rest van Nederland op dat moment ook de klantenservice te bereiken, want mij lukte het niet. De kaart werkt nog steeds niet.

Maar één iemand had deze week pas echt pech met zijn vervoersmiddel. Tijn, een jonge student in een rolstoel, zag ’s ochtends hoe zijn handbike was vernield. Voor iemand bij wie een gewoon reisje door het land al een onderneming is als er geen sneeuw ligt, is pech niet eens het goede woord. Tijn was keihard genaaid. Zijn handbike, een speciale rolstoelfiets, is zo vernield, dat er een nieuwe moet komen. Met een waarde van een jaar lang wonen in een leuke Nijmeegse studentenkamer. Voor de NS had ik al geen goed woord meer over, maar voor de jongens die dit gedaan hebben al helemaal niet. En ik gun ze dan ook allemaal hun eigen handbike.

(Sinds dit weekend is er een site waar je geld kunt doneren zodat Tijn een nieuwe fiets kan kopen)