Gisteren vond de rechtszitting plaats van drie Iraanse Nederlanders en de Actiegroep Iraanse Studenten tegen de Nederlandse Staat. De ‘Sanctieregeling Iran’ sluit Iraanse studenten uit van negen studies. Salar Khorsand is in Nijmegen afgestudeerd in de natuurkunde en was bij de zitting. Voor Voxlog maakte hij een persoonlijk verslag van de rechtszaak. ‘Hij wilde een voorbeeld zijn voor zijn kinderen. Met tranen in zijn ogen constateert hij dat hij hierin gefaald heeft.’
‘Om 7 uur gaat de wekker. Nadat ik me heb opgefrist, neem ik in alle rust een kopje koffie en denk ik na over wat er vandaag staat te gebeuren. Ik vraag me af hoe het zover heeft kunnen komen dat in een land als Nederland, dat zich in het verleden altijd heeft onderscheiden in haar ruimdenkendheid, de Staat vandaag moet verdedigen dat Nederlanders die toevallig van Iraanse afkomst zijn, bij voorbaat uitgesloten zijn van deelname aan 9 studierichtingen. Niet vanwege de individuele prestaties, maar louter op basis van afkomst. Ik vraag me af waarom de Nederlanders die gevlucht zijn van het Iraanse regime, wèl restricties krijgen opgelegd, terwijl niet-Iraanse medewerkers van het Iraanse regime en gewone Nederlanders die het bewind in Tehran openlijk steunen géén restricties krijgen opgelegd. Er wordt gezegd dat dit de eerste keer is sinds de Tweede Wereldoorlog dat de overheid een bevolkingsgroep uitsluit op basis van nationaliteit. Het maakt me angstig. Het stelt me teleur in mijn overheid. Maar tegelijkertijd sterkt het mij in de keuze om mij hard te maken voor deze zaak door deze in de media onder de aandacht te brengen.
Na mijn laatste slok realiseer ik me dat ik me moet haasten om op tijd te komen voor de rechtszitting. Ik sta op, graai nog even in de schaal van de pepernoten om mijn ontbijt voor onderweg veilig te stellen, en vertrek via Den Haag Centraal richting Paleis van Justitie. Onderweg word ik gebeld door Omroep Gelderland met de vraag of ik na de zitting bereid ben om in de radio-uitzending een live-verslag te doen van de dag. Ik ben blij dat er meer mensen zijn die belangstelling hebben in deze zaak. Dit wordt nogmaals bevestigd als ik aankom in de rechtbank en mensen zie als Ashley Terlouw, Kader Abdollah en een honderdtal Nederlanders die er zijn gekomen om hun steun te betuigen voor de eisers in de zaak. Ook Adriaan Kleinhout, natuurkundestudent aan de RU, blijkt hier aanwezig. Ik begrijp uit de discussies tussen de gewone Nederlanders om me heen dat ook zij zich hardop afvragen hoe het zover heeft kunnen komen in ons land. Mijn broer deelt dit onbegrip: “Enkele kilometers hiervandaan schreef Spinoza zijn grootste werk, de Ethica, en zaaide daarmee de kiem voor de verlichting. Ik begrijp gewoon niet dat 350 jaar later hier in Nederland ’s werelds meest discriminerende regeling tegenover Iraanse studenten van kracht is.”
Om 11 uur begint dan eindelijk de rechtszitting. Er blijken te weinig zitplaatsen in de zaal omdat de rechtbank geen rekening had gehouden met deze massale opkomst. Eerst krijgt de advocaat van de eisers de tijd een pleidooi te houden. Hij legt uit dat deze regeling in strijd is met artikel 1 van de grondwet, compleet ineffectief is, veel verder gaat dan de VN-resolutie waar deze op zou zijn gebaseerd, haat zaait tegen Nederlanders van Iraanse afkomst en deze Iraanse Nederlanders stigmatiseert en daarmee vervreemd van de Nederlandse identiteit. Vervolgens krijgt de landsadvocaat de mogelijkheid het woord te nemen. Ik verwacht dat hij met een ijzersterk pleidooi komt en met waterdichte juridische argumenten deze discriminerende maatregel goed zal weten te verantwoorden. Iedereen in de zaal brengt het respect op om in stilte naar zijn pleidooi te luisteren, omdat wij ons beseffen dat dit een gevoelige kwestie is en openstaan voor een dialoog. Maar zodra de landsadvocaat na zijn inleiding met het eerste argument komt, kan de zaal een spontane lach niet onderdrukken. Hij zegt namelijk dat deze sanctieregeling vooral niet bedoeld is om effectief te zijn in het voorkomen dat Iran aan proliferatiegevoelige informatie komt. “Nee, deze sanctieregeling is een sanctie tegen Iraanse onderdanen zodat zij hun (Iraanse) regering aanspreken op het beleid dat het bewind voert, waarmee Iran haar nucleaire ambities zal bevriezen.” De ironie is dat de meerderheid van de Iraanse Nederlanders waarschijnlijk familieleden of vrienden heeft verloren omdat die hun ongenoegen tegen het regime kenbaar hadden gemaakt. De vrienden en familieleden in Iran die de bloederige jaren tachtig hebben overleeft, demonstreerden de afgelopen maanden nog massaal tegen het Iraanse regime. En deze mensen die vanwege hun ongenoegen gevlucht zijn uit Iran, krijgen opeens te horen van onze (Nederlandse) overheid dat we het regime in Iran toch maar even moeten wijzen op haar verkeerde gedrag. Ook ik kon mijn oren niet geloven. Zou dit werkelijk de bedoeling zijn van de sanctieregeling? Worden Iraanse Nederlanders op grond van deze argumentatie gedegradeerd tot tweederangsburgers? Gelukkig gaat de landsadvocaat snel verder met een volgend argument, zij het stotterend omdat hij door de spontane lach van het publiek beseft dat zijn redenering wel erg krom was en zich hier zichtbaar voor schaamt. Zijn volgende punt is dat de sanctieregeling slechts het gevolg is van een VN-resolutie welke op zich al discriminerend is, maar waar Nederland zich simpelweg aan heeft te houden. De advocaat van de eisers wijst hem erop dat Nederland veel verdergaat met deze regeling dan wat de resolutie stelt, en daagt de landsadvocaat uit één ander EU-lidstaat te noemen die een dergelijk maatregel neemt als gevolg van de resolutie. Hier slaagt de landsadvocaat niet in.
Een emotioneel moment vindt plaats als de rechter naar het effect van de regeling vraagt op professor Kalantar, één van de eisers. Professor Kalantar staat op en somt zakelijk op waarom zijn carriére schade ondervindt van deze regeling. Hij krijgt geen toegang meer tot plaatsen die hij voor zijn werk als kernfysicus moet bezoeken. Getalenteerde studenten die vroeger in de rij stonden om onder hem een PhD-traject te volgen, melden zich nu niet meer aan omdat hun mogelijkheden door die regeling beperkt zijn geworden. Maar hij wordt emotioneel als hij het stigmatiserende effect van deze regeling op zijn persoon onder woorden wil brengen. Met een brok in zijn keel zegt hij dat hij ruim 20 jaar geleden naar Nederland is gekomen en hier hard heeft gewerkt. Hij wilde een voorbeeld zijn voor zijn kinderen. Hij wilde ze in laten zien dat je beloond wordt als je hard werkt. Hij is zichtbaar aangeslagen en neemt een slok water. Met tranen in zijn ogen constateert hij dat hij hierin gefaald heeft. Want drieëntwintig jaar later heeft hij een topfunctie, beheerst de Nederlandse taal vloeiend, is in het bezit van een Nederlands paspoort, maar krijgt van de overheid alsnog te horen dat hij en zijn in Nederland geboren kinderen geen volwaardige Nederlanders zijn.
Na deze indrukwekkende vertoning en de laatste reacties van beide advocaten neemt de rechter het woord over. Zij informeert ons dat de uitspraak op 3 februari volgt en besluit de zitting. Nu rest ons alleen nog maar te hopen dat we over 6 weken te horen krijgen dat het rechtssysteem in ons land bestand is tegen de hedendaagse angstpolitiek in Den Haag.’
Salar Khorsand