Nooit gedacht dat ik het nog eens zou zeggen, maar: wat geeft lesgeven een kick. Vorige week vrijdag ging ik naar mijn oude middelbare school om te vertellen over Bedrijfscommunicatie. En het is eng om voor een klasje kritische vijfdejaars te staan (en dan vooral kritisch op een ‘OmG, check hA4r’-manier).
Terwijl het zweet rond mijn navel transformeerde tot een klein meer, kwam een meisje iets vertellen over haar carrière in de fietswereld. Ze deed het goed. Daar dachten de kleine monsters anders over, ze was een – en ik quote – ‘fakking dom wijf’. Dus. Toen moest ik.
Ik werd bang, wat moest ik deze scholieren vertellen? Dit waren mensen van een jaar of zeventien die alle wijsheid in pacht hadden, dachten dat ze alles wisten. En ik kan het weten want ik ben er immers net zo een geweest. Gewoon beginnen te ratelen leek me een goede optie. ‘Dat het dus drie jaar duurt, en de introductie is ook leuk en dan moet je een bachelorwerkstuk maken en als je klaar bent kun je dit en dit worden en oja er zijn ook tentamens en je kunt sporten enzo. Praat ik te snel?’
Na een half uur gletsjervorming onder mijn oksels was ik klaar voor de vragen. Het was even stil. Vijf vingers gingen de lucht in. Vijf vingers mensen! Vijf! Dat is veel hoor! Dus ze vroegen wat en ik antwoordde wat en terwijl de kids naar buiten liepen hoorde ik er eentje verzuchten: He, dat was tenminste niet zo’n saai promotiepraatje als vorig jaar. (Nee, nou niet meteen denken “daar gaat ze weer”, ik heb een heel aardig praatje over BC gehouden.) Een ‘echte’ leraar die kwam kijken beaamde dat: ‘Het ligt je, lesgeven. Je zou het goed doen. Maar je moet het niet doen, nooit. Lesgeven is verschrikkelijk. Vooral de onderbouw, wat een rotkinderen.’ Ineens besefte ik dat alle toekomstige studenten in zijn jaar les hadden van een ongeïnspireerde, verzuurde leraar die jaren geleden al had moeten stoppen. En hoewel ik de zweetplek rond mijn navel erg vond, vond ik dit nog net even iets erger.