In de deeltjesversneller op CERN in Genève hebben de eerste botsingen plaatsgevonden. En er is niets kapot gegaan. ‘We zijn heel blij, maar we jubelen pas als we zover zijn dat we ook echt natuurkunde met de LHC kunnen doen’, zegt Nicolo de Groot, hoogleraar experimentele hoge energiefysica aan de Radboud Universiteit.
Het grootste fysica-experiment ooit is opnieuw van start gegaan: de 27 kilometer lange deeltjesversneller van CERN in Genève, de Large Hadron Collider (LHC). Sinds afgelopen vrijdag circuleren er protonen in de versneller. Dit weekeinde was het al gelukt om deeltjes met de klok mee en tegen de klok in te draaien. Gisteren botsten de eerste protonen op elkaar. Alle vier de grote detectoren van de deeltjesversneller registreerden de eerste botsingen. De Groot, die met zijn collega’s vooral bijdraagt aan de ATLAS-detector, houdt vanuit Nijmegen nauwlettend bij wat er op CERN gebeurt.‘ We zijn hier heel tevreden over hoe het nu gaat. Het gaat voorspoediger dan verwacht.’
De fysici zijn nog niet bezig met het analyseren van de botsingen. Het echte natuurkundewerk zal nog een paar maanden op zich moeten wachten. ‘Nu zijn we vooral bezig met het begrijpen van de machine en zorgen dat er geen onverwachte dingen gebeuren.’
Vorig jaar raakte de LHC negen dagen na het opstarten zwaar beschadigd. Tussen de supergeleidende magneten ging iets vonken waardoor er een gat in een magneet kwam en helium ontsnapte. Dat zal nu niet meer gebeuren, zegt De Groot. Het afgelopen jaar zijn sensoren aangebracht die de magneten nauwkeurig in de gaten houden. ‘Als er nu iets gebeurt, kunnen we de versneller op tijd stilzetten.’
Fysici hopen met de LHC de grote natuurkunderaadsels op te lossen. Met als belangrijkste raadsel het massamysterie. Waar massa vandaan komt, weten we nog niet. Maar er is wel een vermoeden: dat er een deeltje is dat zich aan materiedeeltjes bindt en ze zo hun massa geeft. Net zoals deeltjes ook pas zichtbaar worden in interactie met fotonen.
De Brit Peter Higgs heeft het deeltje met zijn unieke functie veertig jaar geleden al voorspeld. Nu hopen fysici dit Higgs-deeltje aan te tonen door protonen met extreem veel energie op elkaar te laten botsen.