Op mijn column van vorige week kreeg ik nogal wat commentaar. Huilende docenten, gefrustreerde bedrijfscommunicatiestudenten die het met me oneens waren en buitenstaanders die riepen dat ‘het allemaal toch niet zo erg kan zijn’. Het was zogenaamd te heftig, genadeloos hard en buitengewoon kritisch. Er werden kringgesprekken gehouden, een crisisteam werd opgericht. Tsja, de waarheid is hard. Maar omdat ik geen genadeloze bitch ben, zal ik ook eens aan mijn eigen borsten zitten (het moet maar eens gedaan zijn met die oud- Hollandsche spreekwoorden, ik pleit voor vernieuwing!) en toegeven: wij, studenten, zijn niet de aller-aller-gemotiveerdsten ter wereld.
Het is de spagaat van het onderwijs. Wij, de studenten, willen niet te veel studeren, maar niets hoeven doen is ook niet goed. Op papier willen we best uitgedaagd worden, maar niet als dat betekent dat we daar in de praktijk ook echt aan moeten voldoen. Het klinkt wel mooi: een kritische, wetenschappelijke houding creëren door het lezen van ingewikkelde teksten en uitvoeren van empirische onderzoeken. Maar laten we eerlijk zijn: welke student heeft daar nou écht zin in? Geen enkele toch?

Aan de andere kant: als docenten en de opleiding eerlijk toegeven dat ze ons niet uitdagen en ‘prikkelen’ is het weer niet goed. Hallo! We zijn de studenten van nu! We moeten uitgedaagd worden, niet afgestompt! Let hier op het woord moeten en niet willen. We vinden dat het de plicht is van onze studie om ons op te leiden tot kritische burgers en verantwoorde wetenschappers. En wij hebben ook een plicht: enthousiast meedoen aan college en af en toe wat terug te zeggen als een docent wat vraagt.
Maar dat doen we niet, daar hebben we namelijk helemaal geen zin in. Dertig uur per week aan onze opleiding besteden? Pff. Elk college tot in het oneindige voorbereiden en nabespreken? Alsjeblieft niet. Kwiek en fit op de universiteit aanwezig zijn om te discussiëren over zaken die er spelen in de wereld? God no.

Laten we gewoon allemaal doorgaan met wat we deden. De docenten doen net alsof ze ons uitdagen, en dan doen wij net alsof we studeren.