Heksen zijn weer helemaal terug. Susan Smit, schrijver en heks, is er nog trots op ook. Twee eeuwen geleden liep geen mens te koop met magie. Heksen werden toen nog opgehangen of de stad uit gestuurd. Filosofe Annemarie Nooijen toont in haar proefschrift aan dat het aan een Nederlandse dominee is te danken dat daar een einde aan kwam. Vanmiddag promoveert ze.
Veel hekserij deze dagen op de campus. Op 25 november is er een symposium over moderne spiritualiteit, onderdeel van Wintertuin op de Campus. Susan Smit is een van de sprekers. Hekserij is volgens Smit geen geheimzinnig geloof waarbij een heks toverdrankjes brouwt en op een bezemsteel vliegt, maar een spiritueel iets. Hekserij heeft volgens haar te maken met ‘meditatie, magie en reïncarnatie, natuurgeneeswijzen, intuïtieve ontwikkeling en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven’.
In de achttiende eeuw waren het de kerkvaders die boeken over heksen schreven. Het geloof in de macht van de duivel over de mens was in Nederland wel op zijn retour, maar de Duitse buren maakten zich er flink druk over. Annemarie Nooijen, ze studeerde Duits en filosofie, bestudeerde voor haar promotieonderzoek de Duitse reacties op het vierdelige boek Betoverde Weereld (1691) van de Nederlandse dominee Balthasar Bekker. Nooijen laat zien dat het boek in Duitsland nagenoeg een einde maakte aan het bijgeloof in duivels en demonen.
Hoe? “Hij gebruikte daarvoor de filosofie van Descartes waarbij de wereld niet meer wordt verklaard door bovennatuurlijke krachten en waarin lichaam en ziel een eenheid vormen.” Bekker toonde aan dat de duivel geen bezit kan nemen van de mens zoals werd gedacht dat bij heksen gebeurde. Heksen bestaan dus niet, zei hij. Alles wat lijkt op tovenarij kunnen we op een natuurlijke manier verklaren. De duivel bestond in zijn optiek wel, maar die zat vastgeketend in de hel en kon dus niet op aarde rondwaren.
Er zullen wel wat vrouwen dankbaar zijn geweest voor zijn werk?
“Ja, zeker in Duitsland. Daar zijn de heksenprocessen veel langer door gegaan dan in Nederland. In zijn boek noemt hij een voorbeeld uit 1685 van een jongen van 13 jaar die opeens spelden in zijn ontlasting had. De jongen zei dat hij dat had sinds een kruidenvrouw hem een wortel had gegeven. Het gerucht deed de ronde dat de vrouw een heks was en ze moest halsoverkop de stad uit. Bekker liet met het voorbeeld zien hoezeer angst en bijgeloof elkaar versterken en dat dat gevoed wordt door afschrikwekkende verhalen van dominees en pastoors.”