Twee van de tien nieuwe leden van De Jonge Akademie zijn onderzoekers van de Radboud Universiteit. Het gaat om Bé Breij van Griekse en Latijnse taal en cultuur en Joost Hoenderop van de afdeling fysiologie van het UMC St. Radboud.
‘Een grote eer’, vindt Bé Breij (37 jaar) haar lidmaatschap. ‘Ik vind het een uitdaging om weer op een andere manier met onderzoek bezig te zijn.’
Wat ze precies gaat doen binnen De Jonge Akademie weet ze nog niet. Ze is een paar keer op gesprek geweest bij de selectiecommissie en weet welke taken er zijn, maar ze wilde er van tevoren niet teveel over nadenken. ‘Ik ben nogal bijgelovig. Als ik er vooraf teveel van uitga dat ik het word, word ik het natuurlijk niet, denk ik dan.’
De leden van De Jonge Akademie gaan bijvoorbeeld scholen langs om scholieren te laten zien dat wetenschap leuk en belangrijk is, en dichtbij. Dat trekt Breij wel. Op dit moment heeft ze ook al met middelbare scholen te maken: ze geeft aankomend leraren onderwijs op het gebied van klassieke talen. ‘Maar het organiseren van interdisciplinaire, wetenschappelijke bijeenkomsten lijkt me ook heel leuk.’
Ze verheugt zich op het contact met andere onderzoekers. Om te horen hoe het op andere universiteiten en instituten aan toe gaat. Maar ook vanwege de verschillende invalshoeken van onderzoek. ‘Mijn eigen onderzoek is superspecialistisch. Ik vind het belangrijk om over grenzen heen te kijken en mijn onderzoek te laten zien aan een algemeen publiek.’
De Jonge Akademie wil jonge onderzoekers in contact brengen met collega’s uit andere vakgebieden en is onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Nieuwe leden worden geselecteerd op basis van wetenschappelijke excellentie, interdisciplinaire aanpak en een brede belangstelling voor de wetenschap. Met de nieuwe leden erbij telt De Jonge Akademie vijftig leden.