sweating.jpgDe Zevenheuvelenloop is niet alleen een sportief evenement, maar vormt ook een uniek onderzoeksterrein voor wetenschappers. Prof. Maria Hopman en haar onderzoeksteam bestudeerden de lichaamstemperatuur van 150 deelnemers aan het hardloopfestijn. Ze hadden zich geïnstalleerd in de gymzaal van een school dicht bij de start- en finishlocatie om proefpersonen te wegen en door te meten. Wat bleek? Ongeveer een vijfde van de lopers – ongeveer vijfduizend mensen dus – heeft tijdens het rennen een lichaamstemperatuur hoger dan 40 graden. En dat is gevaarlijk hoog.

Hopman, die verbonden is aan het UMC, wil ontrafelen wat er in het lichaam gebeurt bij een stijgende temperatuur, en wat de oorzaken ervan zijn. Het gaat haar vooral om de ‘stollingscascade’: als je lichaam te warm wordt, zo’n 42 graden, stolt het bloed en sterf je. De fysiologe hoopt met een beter inzicht in dit proces te kunnen voorkomen dat mensen onwel worden of zelfs overlijden tijdens het rennen.

De proefpersonen slikten in de vroege ochtend een pil. Hopman zelf was, sportief als ze is, een van hen. Tegen de tijd dat de race begon, bevond de pil zich in de darmen van de lopers. Met een apparaatje kon toen, via de pil, de lichaamstemperatuur worden gemeten. ‘Bij maar liefst 20 procent van de proefpersonen steeg de temperatuur gedurende het rennen tot boven de 40 graden. De hoogste score was zelfs 41,2 graden: al gevaarlijk dicht in de buurt van die grens van 42’, vertelt Maria Hopman. ‘Vorig jaar probeerden we kleding en getraindheid al in verband te brengen met de lichaamstemperatuur, maar aan die dingen bleek het niet te liggen. Nu richten was ons met name op vocht en genetische aanleg. Als we weten hoe het lichaam werkt, kunnen we ook meer doen om te voorkomen dat het mis gaat.’