De Haagse moslimpartij Islam Democraten heeft bij het gemeentebestuur van Den Haag om opheldering gevraagd over de arrestatie van de Nijmeegse student Izz ad-Din Ruhulessin op 8 oktober. De partij noemt de aanhouding van de moslimstudent, die aan het bidden was op de trappen van de Ridderzaal, in strijd met de vrijheid van godsdienst.
De politie van Den Haag, die tegenover Voxlog nog in alle talen zweeg, laat in de Telegraaf weten dat er destijds sprake was van een lichte panieksituatie. De agenten zouden Ruhulessin hebben aangetroffen ‘na een melding’. Toen ze hem aanspraken zou hij ‘niet gereageerd’ hebben. Dat was, samen met een nog openstaande verkeersboete, aanleiding om de student in te rekenen.
Op het bureau werd hij vervolgens verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Nu blijkt dat dat gebeurde op grond van islamistische teksten en hun Nederlandse vertaling, waarvan de politie vond ‘dat die een dreigend karakter hadden’. Onderzoek van het openbaar ministerie maakte echter duidelijk dat daarin geen strafbaar feit schuilt, aldus een politiewoordvoerder in de Telegraaf.