Vandaag is de dag dat de rechter bepaalt of de dertienjarige Laura in haar eentje de wereld mag rond zeilen. Het illustreert precies wat de Britse socioloog Frank Furedi de wereld probeert duidelijk te maken: dit soort keuzes moeten niet gemaakt worden door rechters of andere autoriteiten, op basis van wetenschappelijke argumenten. Nee, dit is de verantwoordelijkheid van de ouders zélf. Woensdag 11 november spreekt de controversiële, meest geciteerde Britse intellectueel de Thomas More Lezing uit.
Frank Furedi is, behalve hoogleraar Sociologie aan de universiteit van Kent, een bekende commentator in de Britse media, waar hij zaken hekelt als de obsessie met veiligheid, de pedagogische overbezorgdheid van veel ouders en de invloed van apocalyptische scenario’s rond terrorisme en klimaatverandering. Vandaag nodigde hij Voxlog uit om hem om 9 AM thuis in Faversham te bellen. Engelse tijd, zo blijkt als hij slaperig de telefoon opneemt. Maar Furedi herstelt zich snel, schenkt zichzelf een kop koffie in en is alweer klaar om zijn commentaar te leveren.
Waarom mag zo’n kwestie als die van Laura niet op basis van de wetenschap behandeld worden?
‘Op de eerste plaats: zoiets zou toch niet door een ander dan de ouders besloten mogen worden? Het is toch geen wetenschappelijk probleem? Of dat meisje in haar eentje de wereld rond mag zeilen, hoe onwaarschijnlijk het ook is dat een dertienjarige daar klaar voor is, is een ouderlijke beslissing. Het is hun eigen verantwoordelijkheid. Maar áls het dan voor de rechter komt, dan zou deze het een halve eeuw geleden simpelweg hebben goed- of afgekeurd. In deze tijd moet ‘wetenschappelijk’ onderzoek aantonen of deze expeditie schadelijk is voor de puberziel.’
Wat is daar mis mee?
‘Wetenschap is geen magie. Jij weet ook dat wetenschap alles kan bewijzen wat je wilt dat het bewijst. Het is erg makkelijk om te zeggen dat een psycholoog of een wetenschapper moet beslissen of Laura die zeilreis aan kan. Wij vertrouwen op experts en we vergeten wat we zelf zouden moeten denken. We zijn niet meer in staat om zelf de taal van de moraal, van de filosofie te gebruiken. We zijn in de war geraakt en laten experts onze eigen beslissingen maken.’
Dat lijkt me gevaarlijk.
‘Dat is het ook. We reageren als gehoorzame honden op een beslissing die begint met ‘wetenschap bewijst dat’. Universiteiten zouden meer open moeten zijn tegenover de buitenwereld, niet meer zeggen dat ergens bewijs voor is, want dat eindigt alle discussie.’
U stelt dat universiteiten diplomafabrieken zijn geworden, in plaats van een plek waar kennis vergaard kan worden. Studenten worden gepamperd in plaats van uitgedaagd. Gevolg: we worden steeds dommer. Moeten we, om dit proces af te remmen, meer luisteren naar intellectuelen als u?
‘Er moet niet geluisterd worden naar intellectuelen, er moet met hen gediscussieerd worden. De intellectuelen moeten meer naar het publiek toe komen, meer met hen praten. Uiteindelijk leren wij daar zelf ook een hoop van.’
Wat heeft u dan geleerd door met ‘het volk’ in gesprek te gaan?
‘Soms merk je dat niemand je begrijpt. Dan kun je zeggen dat zíj idioten zijn, maar je kunt je ook realiseren dat je duidelijker moet zijn, dat je te snel gaat. Ik leer om eerlijk te zijn tegenover mezelf. Als ik college geef, hou ik mijn studenten in de gaten. Dan zie ik of ze me volgen. Een goede intellectueel, die in dienst wil staan van de samenleving, moet voortdurend opletten of hij nog te volgen is. Ook al denk ik op een slechte dag ook heus wel eens: wat zijn ze dom…’
Sterven de intellectuelen uit in een wereld waar de kwaliteit van het onderwijs achteruit dendert?
‘Nee, want er zullen altijd intellectuelen zijn. Zij ontstaan juist in een gemeenschap waar problemen zijn.’
Is dat ook wat u drijft om voortdurend alles op scherp te stellen?
‘Absoluut. Er zijn nog nooit zoveel kansen geweest in de wereld, en tegelijkertijd is er zoveel angst voor letterlijk alles. Jonge mensen groeien op in een wereld waarin ze gezien worden als zwak en kwetsbaar. Die zorgen drijven mijn passie. Ik wil doen wat ik kan doen. En sommigen zullen me een idioot vinden, maar soms werkt het. En zelf voel ik me, iedere keer als ik een nieuw onderwerp aansnijdt, als een kind in de snoepwinkel. Weet je nog hoe jij je voelde op de eerste dag op de universiteit? Nou, zo voel ik me elke keer opnieuw: alsof ik terugga naar school.’
Frank Furedi spreekt op woensdag 11 november de Thomas More Lezing uit in de Rode Hoed in Amsterdam, op uitnodiging van het Nijmeegse Soeterbeeck Programma. Na afloop wordt hij geïnterviewd door Ybo Buruma, hoogleraar Straf- en procesrecht aan de Radboud Universiteit. Toegang is gratis voor studenten. Inschrijven via www.ru.nl/sp/furedi.