In een studentenhuis wonen is leuk. Elk moment van de dag is er iemand thuis om mee te praten, om pasta mee te halen en op te eten, om je deur open te maken met een mes als je weer eens je sleutel vergeten bent (dat overkwam me net) en er is altijd genoeg alcohol in huis. Er is ook altijd iemand die graag die alcohol met je wil opmaken. Maar er is één probleem: er is ook elke periode een tentamen dat gehaald moet worden. En dat gaat niet samen met al het bovenstaande.
Gelukkig werd het tentamen door een roosterfout een week vooruit geschoven. Dé kans om hard te gaan studeren en eindelijk een acht te halen. Zeven keer 24 uur is namelijk heel veel extra uur om te bikkelen, ploeteren en boeken te leren. En daar zit ook de denkfout die elke student zichzelf voorhoudt: ik heb een week extra om te leren. Ha-ha! Natuurlijk niet. Wij weten ook wel dat we dat niet doen, maar het klinkt zo goed om te zeggen dat we het wél gaan doen. Maar er was dus ook ineens ontzettend veel tijd om lekker koffie te drinken en te winkelen. Je gaat natuurlijk niet ineens zeggen: ‘Ik ga nu niet mee wraps eten en New Kids on the Block kijken tot vier uur ’s nachts omdat ik een boek over mediarijkheidstheorieën moet leren.’
Tot je beseft dat je nog maar twee dagen hebt tot het tentamen. En dan wordt je leven ineens een stuk minder aangenaam. Zonder film om te kijken zie je ineens weer hoe vies de vloeren eigenlijk zijn. Zonder geklets van je buurman hoor je ineens weer de schreeuwende kinderen op straat en je vrijende huisgenoot. Zonder fles wijn erbij is roken in de woonkamer ineens gewoon heel erg vies. Zonder tentamens is het leven zo veel leuker.