In het derde jaar bedrijfscommunicatie weten ze van gekkigheid niet meer zo goed wat ze ons moeten leren. Daarom is onderzoeksverslagen lezen zo ongeveer het enige dat we nog doen. Onderzoeken naar spelfouten, sollicitatiebrieven of half-Engelse zinnen als ‘shop till you drop op onze beautymiddag’ in glamourblaadjes. Bedenk het en wij hebben het gelezen. En het mooie van deze onderzoekjes is dat ze af en toe zulke heerlijke reacties uitlokken.
Maandagmiddag, half zes. Eén onderzoek gaat over irritant taalgebruik in Nederlandse zinnen. We moeten spelfouten herkennen en aangeven hoe vervelend we ze vinden. (Op een 5-punts Likertscale voor de geïnteresseerden, heb ik toch nog een moeilijk woord geleerd.) Ik persoonlijk vind elke fout verschrikkelijk en ik kruis dan ook overal vijf aan. De docente vertelt dat sommige onderzoeken verpest worden door respondenten die niet goed lezen en de hele vragenlijst verkeerd invullen. Ik lach schamper, haha. Dat is dom. Ik kijk op mijn blaadje. Haha. Ik ben dom.
Maar even later gebeurt er iets dat mijn minder briljante actie doet verdwijnen als een doos truffels voor mijn ogen. We lezen de zin: ‘Hij staat bij fiets.’ Er mist een lidwoord. Achter me in de klas ontploft iemand. ‘Deze zin is echt ZO FAKKING irritant. Dit is echt belachelijk.’ De frustratie is te proeven. ‘Het is altijd dezelfde bevolkingsgroep die zulke fouten maakt. Jawel mensen, jullie weten wel wie ik bedoel. Die buitenlanders die hier al tien jaar wonen en nog steeds geen Nederlands kunnen! Hahahahaha (hier had best een maniakale lach bij gepast)! Ik HAAT deze spelfout echt.’ Er komt duidelijk een trauma los en de hele collegezaal is er getuige van. Iedereen staart haar met open mond aan. Het meisje naast me probeert haar relaas samen te vatten: ‘Dus wat je eigenlijk bedoelt is dat het erger is wanneer een Achmed zo’n fout maakt dan een Johan?’
‘Jullie weten bést wat ik bedoel’, sist het meisje.