Norbert de Jonge blijft het proberen. De voormalig Radboud-student, die zich landelijk profileert als pedofiel in de partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (kortweg: de pedopartij), wil zo graag pedagogische wetenschappen studeren dat hij zich na Nijmegen en Leiden inschreef aan de Utrechtse universiteit. Ook hier werd hij geweigerd, bleek deze week. Maar dit keer was aangenomen worden niet meer zijn hoogste doel.
In januari 2007 bevocht De Jonge zijn verwijdering van de Radboud Universiteit bij het college van beroep – en verloor omdat de universiteit zich ‘terecht beriep op haar katholieke signatuur’. Een jaar later sleepte De Jonge de Leidse universiteit voor het college van beroep (daar wilden ze hem daar ook niet hebben) – en verloor omdat zijn aanwezigheid het vertrouwensklimaat binnen de universiteit zou verstoren. En nu is de Universiteit Utrecht dus aan de beurt. De Jonges zaak tegen de UU dient op 19 oktober bij het college van beroep voor het hoger onderwijs.
De Jonge verwacht niet veel van deze nieuwe zitting; de UU beroept zich namelijk op dezelfde overweging als Leiden, waar ze grote schade voorzagen in de vertrouwensrelatie met mensen die ervan uit gaan dat de universiteit geen pedofielen toelaat. De Jonge legde het in juni vorig jaar zelf uit op Voxlog: ‘Zo zijn er ouders die hun kinderen beschikbaar stellen voor pedagogisch onderzoek, maar zij willen absoluut niet dat de foto’s van hun kinderen door pedofielen worden bekeken. Voor de universiteit is dat reden om me mijn vrijheid om een studie te volgen te ontnemen en dat maakt me boos. Een vertrouwensconflict mag best vervelend voor ze zijn maar dat is niet mijn probleem, ik wil gewoon die studie doen!’
Dat De Jonge nu procedeert tegen weer een andere universiteit, is niet zozeer omdat hij alsnog toegelaten wil worden, als wel dat het een doorgang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens mogelijk maakt. Dat was in het Leidse geval ook al zo, zei hij op Voxlog: ‘Daar ligt mijn hoop: zij staan verder van de zaak af en zijn minder emotioneel betrokken. Bovendien hechten ze meer belang aan de vrijheid van meningsuiting.’ Voordat je naar de Europese rechter gaat, moet je op nationaal niveau al uitgebreid beroep hebben gedaan op het Europees Verdrag van de Mens. En dat doet hij nu.