luyendijk.jpg
Een groter contrast tussen de rector en gastspreker Joris Luyendijk was vanmiddag tijdens de opening van het academisch jaar nauwelijks denkbaar. De één, gestoken in ravenzwarte toga, betoogde over de noodzaak van ‘internationalisering’ als voorwaarde voor vrede en veiligheid. De ander, in flodderig blauw overhemd met zweetplekken, dook verbaal handig onder die uitgestoken hand van Kortmann door. ‘Ik ga internationalisering hier niet aanbevelen.’

‘Absolutely ridicoulous’ vond Luyendijk het dat de oproep tot internationalisering (door de rector) werd verwoord in een taal ‘die alleen in Nederland en delen van België en Suriname wordt gesproken.’ Zelf sprak hij daarom in het Engels, hoewel zijn boodschap tegengesteld aan die van Kortmann leek. ‘Waarom gaat internationalisering hier zo moeizaam?’, vroeg Luyendijk retorisch. ‘Omdat jullie instinctief aanvoelen dat er een bedreiging op de loer ligt. En dat gevoel is terecht, internationalisering brengt verlies met zich mee.’

Zo verlies je het gevoel dat je als land, hoe klein ook, een eigen rol speelt op het wereldtoneel. Luyendijk: ‘Niet zo heel lang geleden kenden we hier nog term “Nederland gidsland”. Maar ga een keer voor langere tijd naar het buitenland en je raakt al heel snel verlost van het idee dat anderen zich ook maar iets gelegen zouden laten liggen aan wat wij hier doen. Dat anderen überhaupt zelfs maar weten wie je bent.’

Ten tweede gaat volgens Luyendijk het gevoel van goed en kwaad op de schop. Hij herinnert zich dat hij in de V.S. republikeinen sprak en moest concluderen dat ze op bepaalde punten gelijk hadden. ‘Iets wat we ons in Nederland absoluut niet voor kunnen stellen.’ Vervolgens moet ook het aangeboren westerse superioriteitsgevoel eraan geloven. Tegenover ons individualisme en materialisme plaatsen traditionele samenlevingen hun eigen waarden, die een gelijkwaardige, zoniet prettiger, ordening van de samenleving opleveren, meent Luyendijk.

Dan maar niet naar het buitenland? Dat is te snel geconcludeerd, meent de spreker. Nederland is immers een soort ‘kinderboerderij’ waar thema’s uit het echte leven, zoals angst en onrechtvaardigheid, succesvol buiten de deur worden gehouden. ‘Het kan zeer bevrijdend werken om die comfort zone te verlaten. Om geconfronteerd te worden met het levensperspectief dat voor veruit het grootste deel van de mensheid realiteit is.’

En tot slot is een buitenlandervaring goed om te ontdekken waarin Nederland dan wèl uitblinkt. Onze ontspannen omgang met autoriteit bijvoorbeeld. ‘Dat ik hier zonder stropdas kan staan en gewoon kan zeggen wat ik vind, ook al zou dat lijnrecht ingaan tegen de visie die het universiteitsbestuur verkondigt. Dat is echt heel ongewoon. Nergens ter wereld ben ik zoiets tegengekomen. Een ervaring in het buitenland is goed om daarachter te komen.’

Bij het ontdekken van dat zeer bescheiden stukje common ground met de rector maakte Luyendijk er gauw een einde aan en gaf het woord terug aan de rector. ‘Dank u wel dat u in een half uur mijn werk van de afgelopen jaren naar de verdoemenis hebt geholpen’, reageerde Bas Kortmann op de gastspreker. Maar een smal glimlachje maakte duidelijk dat de ironie van Luyendijks verhaal hem niet helemaal ontgaan was.