De laatste bijdrage in dit academisch jaar van campusdichter Wout Waanders.
Leegte in campus
Druillippen lispelen geen woord meer
In de lift is het dringen voorbij
Gegaan: alleen zo af en toe op en neer
Ontweken we wat cynisch de leegte.
Maar vanuit de uitklapstoel was er een vrouw te zien
Die rondreed met een schoonmaakkar. Ze keek rond naar
Stoffen en zag een mannetje zitten. Wat deed hij daar,
Wilde ze weten: iedereen was immers vrij?
De man antwoordde met veel gebaren dat hij dichtte,
Prevelde vier stompzinnige regels. Verdween in de lift.
Van dichters moet ik hier niets hebben, zei ze terecht toen hij weg was.
Ze bekeek de poetsdoek waarmee ze nog vele weken weg moest boenen.
Wie dit nu schreef maakt niet echt uit,
Het gebouw was immers
Leeg: alleen een vrouw nog die wekenlang de ruiten wist,
Bekwaam vier regels verzweeg.