Zet een Japanner en een Italiaan bij elkaar en ze zullen geen woord van de ander verstaan. Maar de kans is groot dat ze elkaar wél netjes laten uitpraten. Taalkundigen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek van de Radboud Universiteit onderzochten de ongeschreven regels van gesprekspartners in verschillende landen. Ze ontdekten een opvallende overeenkomst: hoe we elkaar afwisselen in een gesprek is op alle continenten vrijwel hetzelfde. De ontdekking staat in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.
De onderzoekers bekeken videobeelden van gesprekken in tien talen van vijf continenten, waaronder Amerikaans, Italiaans, Deens, Japans en een lokale talen zoals het Papoea. De video’s zijn opgenomen door de leden van de onderzoeksgroep, die zelf ook uit verschillende werelddelen afkomstig zijn. Tanya Stivers, eerste auteur van het artikel, is Amerikaanse en heeft haar video in Los Angeles opgenomen.
Bij een vergelijking van de videobeelden ontdekten de onderzoekers dat beurtwisselingen door twee algemene regels worden gestuurd: voorkom dat je door elkaar praat en houd de stilte tussen de beurten zo kort mogelijk. De groep vergeleek talen met een zeer verschillende grammaticale structuur, maar vond geen taalafhankelijke verschillen in beurtwisselingen. Deense sprekers wachten wel iets langer met praten als de ander is uitgesproken dan Japanners, die het snelste reageren. En de mensen uit Papoea knikken wat vaker dan gemiddeld ja tijdens een gesprek. Maar die verschillen zijn volgens Stivers marginaal.
In alle onderzochte talen kwamen de meeste antwoorden vrijwel meteen en zonder overlap.
Ook stilte blijkt een universele factor te zijn: als we het eens zijn komt het antwoord sneller dan als we van mening verschillen, of nog geen definitief antwoord weten. Mensen reageren verder trager als het praten niet ondersteund wordt door gebaren als een knikje, of als de gesprekspartners elkaar niet aankijken.