
Een harde knip is en blijft een slecht idee vindt collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth. Hij verdedigde zijn visie maandagavond tijdens een door AKKUraatd georganiseerd debat in de aula met onder meer Tweede-Kamerleden van D66 en CDA. Die kwamen hem schoorvoetend tegemoet . Misschien een ‘hardere’ knip dan maar? Of een ‘gecontroleerde’ knip?
‘Onverstandig. Nutteloze wetgeving’, noemde De Wijkerslooth het plan van Plasterk om studenten die nog niet elk laatste studiepuntje van hun bachelor binnen hebben de toegang tot de master te ontzeggen. Zo’n generieke maatregel doet volgens hem geen recht aan de grote verscheidenheid aan universitaire opleidingen in Nederland. Een alfa-bachelor heeft een heel andere opbouw dan een bèta-bachelor. Kun je daar dan zo maar zo’n ruwe, nietsontziende eis op loslaten, met als risico dat veel studenten studievertraging oplopen?
Mobiliteit
Nee, vindt De Wijkerslooth. ‘Laat dat aan de instellingen over, of beter nog, aan de opleidingen. Vertel wat de bedoeling is van het beleid en laat ze vervolgens zelf bepalen hoe ze dat in overeenstemming kunnen brengen met het curriculum. De ene opleiding zal dan een studiepunten-eis formuleren, de ander wil een voltooide bachelor-scriptie. Hoe dan ook: het wordt een werkbare oplossing. Geen harde knip maar een strenge knip.’
CDA-Tweede-Kamerlid Ciska Joldersma bracht Plasterk’s argument in stelling: hoe zit het dan met die achterblijvende mobiliteit? Studenten moeten volgens haar gestimuleerd worden om hun master op een andere universiteit te doen. Joldersma: ‘Het CDA wil niet zozeer een ‘harde’ knip maar een ‘hardere’ knip. Om instellingen een duwtje in de rug te geven de mobiliteitsdoelstelling te halen.’
Praktische oplossing
‘Maar is dat nodig?’, wierp De Wijkerslooth tegen. ‘Als het gaat om de kwaliteit van iemands studie is de meerwaarde van een overstap naar een andere Nederlandse universiteit marginaal. Je moet je afvragen of die wel in verhouding staat tot de tijd en de kosten die zo’n overstap met zich meebrengt.’ Tegelijkertijd is de kwalitatieve meerwaarde volgens hem wèl heel duidelijk wanneer je voor je master overstapt naar een buitenlandse universiteit. ‘Dat is ook waar de mobiliteitsdoelstelling van Bologna oorspronkelijk voor bedoeld is. Focus daar dan op, zou ik zeggen.’
Boris van der Ham, onderwijswoordvoerder van D66, bleek niet helemaal ongevoelig voor De Wijkerslooths verhaal. ‘Wij denken dat de harde knip een goed startpunt is, maar ik snap ook wel dat we vervolgens naar maatwerk moeten streven. Laten we vooral kiezen voor praktische oplossingen en dat kan het beste aan de universiteiten zelf worden overgelaten.’ Van der Ham zelf kiest daarbij het liefst voor weer een nieuwe variant: de ‘gecontroleerde’ knip. ‘Laat de examencommissie afspraken maken met individuele studenten over hun voortgang en hou ze daaraan.’
Deze maand komt minister Plasterk met een voortgangsnotitie over de harde knip.