meafoto.jpgIn de debuutroman Mea van Willemijn Dicke spant een studente een rechtszaak aan tegen hoofdpersoon Mea van Os, universitair hoofddocent aan de Rotterdamse universiteit. Mea heeft een bloedhekel aan ‘die hbo-trutten’ die met een geodriehoek alles onderstrepen en een werkstuk maken volgens het handboek ‘Werkstukken maken’. Nee, dan de mannelijke studenten: ze gaan weliswaar slordiger te werk maar ze steken wèl hun nek uit en komen af en toe met nieuwe ideeën. De studente beschuldigt Mea in de rechtszaak van discriminatie.

Schrijfster Willemijn Dicke, zelf universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de TU Delft, denkt naar eigen zeggen anders over studenten dan haar hoofdpersoon. ‘Maar wat ik wel in Mea herken is dat heel wat studenten met een hbo-achtergrond heel goed kunnen reproduceren en moeite hebben met het maken van kritische kanttekeningen en van vergelijkingen tussen theorieën.’

De roman van Dicke beschrijft vooral de bureaucratische kant van de universiteit. De hoekjes waar wetenschappers in een gouden kooi zitten en maar niet weg komen omdat buiten de universiteit niemand op ze zit te wachten. Het goede inkomen dat ze verdienen maakt een vertrek ook niet gemakkelijk. Mea is omgeven door ijdele hoogleraren die hun ooit baanbrekende onderzoek al dertig jaar recyclen. Op congressen drinken ze liters champagne en duiken met elkaar in bed, terug op de universiteit moeten ze – vanwege een incapabel secretariaat – zelf weer zaaltjes regelen en het papier uit het kapotte kopieerapparaat trekken.

Dicke werkte zelf zes jaar als assistent in opleiding (aio) in Nijmegen bij de Faculteit der Managementwetenschappen. Ook uit die periode haalde ze inspiratie voor haar romanfiguren. ‘Mea van Os is geïnspireerd op twee vrouwen die ik ken en als UHD werken. Sommige personages zijn kopieën van andere wetenschappers die ik ken.’
Haar collega’s nemen haar niets kwalijk, verzekert Dicke. ‘Ze vinden vooral dat het niet over hen gaat.’ Dicke lacht. Haar collega’s begrijpen volgens Dicke best dat haar roman een satire is. Maar sommigen maken zich druk: “Waarom sta ik er eigenlijk níet in?”’

Overigens wint Mea de rechtszaak en wordt de studente in het ongelijk gesteld. Dat studenten steeds vaker voor zichzelf opkomen en eisen stellen aan hun docenten, vindt Dicke wel een goede ontwikkeling. ‘Ze betalen tenslotte ook collegegeld. En het zijn dus een beetje klanten van ons. Maar zo worden ze niet behandeld. Hoogleraren en docenten zijn meer bezig met hun onderzoek dan met het geven van onderwijs. Studenten komen er maar bekaaid vanaf.’

Mea, Willemijn Dicke, ISBN 9789045000855