Zo ziet het eruit als drie hooggeleerde heren aandachtig luisteren naar Frans Bauer met Heb je even voor mij? De volkszanger figureerde gisteren in een debat over ‘hogere’ en ‘lagere’ cultuur tussen de professoren Grahame Lock (filosofie, rechts) en Jos Joosten (literatuur, links), en docent Vincent Meelberg (musicologie, midden). ‘Ik zou nog liever dood gevonden worden in een bordeel dan dat mensen me een boek van Kluun zagen lezen.’

Is er zoiets als een hogere en een lagere cultuur, kunst met een hoofdletter ‘K’? En zo ja, hoe kun je dan bepalen wat ertoe behoort? Voor filosoof Grahame Lock is de zaak zo helder als wat. Sommige culturele uitingen, bepaalde klassieke muziek bijvoorbeeld, beschikken over intrinsieke eigenschappen die het predikaat ‘hoger’ rechtvaardigen. ‘Die cultuur verhoudt zich tot de volkscultuur zoals Manchester United tot FC Volendam’, aldus Lock met een profetische verwijzing naar de overwinning van de Mancunians op Internazionale gisteren.

Maar gevraagd naar hoe je die intrinsieke, objectief waarneembare eigenschappen zou kunnen herkennen, laat Lock het hopeloos afweten. Niet zo vreemd, vindt Joosten. Want die bestaan niet. ‘Hogere cultuur’ is niets anders dan een set van regels en conventies die een deel van de bevolking hanteert om een eigen cultureel domein te creëren, vindt hij. ‘Ik heb afgeleerd te denken dat hogere literatuur te definiëren valt.’

Als voorbeeld zet hij Kluun tegenover Arnon Grunberg. ‘Tirza van Grunberg wordt alom geprezen als literair meesterwerk, terwijl ik je zo een hele reeks aan compositiefouten kan aanwijzen. Kluun daarentegen geldt voor velen als lectuur en zelf zou ik nog liever dood gevonden worden in een bordeel dan dat mensen me een boek van Kluun zagen lezen. Maar in de compositie en het verhaal kan ik niets vinden wat het van de hoge literatuur zou uitsluiten.’

Ook Meelberg wil niets weten van objectieve criteria die een strakke indeling in hogere en lagere cultuur mogelijk maken. ‘Ik bestudeer bepaalde stromingen in de popmuziek die qua complexiteit, gelaagdheid en uitdaging soms in niets onderdoen voor klassiek.’ Ook hij meent dat hogere cultuur een menselijke constructie is, maar ziet daar geen kwaad in. Integendeel. Het aanbrengen van een onderscheid, hoe subjectief dan ook, voorkomt dat alles opgaat in één grote postmodernistische grijze brij. ‘Laat het begrip hogere cultuur gerust bestaan. Alles wat een grotere variëteit in de hand werkt, is goed.’

Het debat Bach of Bauer werd georganiseerd door het Soeterbeeck Programma in het kader van de themaweek Hogere Sferen, van Cultuur op de Campus. Voor het programma van Hogere Sferen klik hier.