In de jaarlijkse Kellendonklezing van de letterenfaculteit was het gisteren de beurt aan Freek de Jonge. De cabaretier bracht voor de lezing meer mensen op de been dan ooit, maar anders dan de organisatie hoopte bleven de jongeren weg. Organisator Harry Bekkering maakt de dag na de rede de balans op: ‘Het was de mooiste rede ooit’. Maar ook: ‘Onze inzet om meer jongeren te bereiken is mislukt. We gaan er opnieuw eens over nadenken hoe dat dan wél moet.’

Sprekend voor een academisch gezelschap wilde De Jonge wel even kwijt wat er in zijn ogen aan de universiteiten schort. ‘Ze zijn beland in een race naar de afgrond. Waar is de onafhankelijke zoektocht gebleven naar nieuwe wegen?, vroeg hij zich af. De universiteiten zijn teveel belust op het oplossen van problemen, te weinig op het stellen van vragen. In de woorden van de cabaretier: ‘Er valt meer te verdienen aan genezen dan aan voorkomen.’

Freek de Jonge heeft Kellendonk één keer ontmoet, bekende hij, in een boekhandel in Amsterdam. Hij noemde de inzet van de aan de Nijmeegse universiteit gewortelde schrijver een ‘pathetische poging te redden wat er te redden valt.’ Kellendonk liet bij zijn overlijden in 1990 een klein maar invloedrijk oeuvre na, waarin de schrijver volgens De Jonge een vermetele poging ondernam om ‘een geheimzinnige werkelijkheid voorstelbaar te maken.’

Met een onnavolgbare reeks genrewisselingen hield De Jonge de aandacht van het publiek een vol uur lang gevangen. Organisator Harry Bekkering, hoogleraar in de letterenfaculteit, waagde in zijn slottoespraak geen poging de rede te benoemen. Was het een essay, een gedicht, een preek, een noodkreet? Het was alles in één rede samengesmeed, vond Bekkering. Hij roemde de cabaretier met woorden van literatuurkenner Kees Fens, die ook in Nijmegen heeft gedoceerd. ‘Wat u maakt is moderne orale literatuur.’ Voorlopig blijft de rede van De Jonge alleen als gesproken woord bestaan; de tekst in boekvorm laat nog een paar weken op zich wachten, mogelijk uit te brengen samen met een dvd.

De rode draad door de rede is het mysterie. Een mens kan niet zonder, aldus De Jonge, maar intussen doen we krampachtige pogingen om het mysterie te ontheiligen. Omdat we almaar problemen willen oplossen, blijven nastreven en vastklampen, zonder geduld, en omdat we alles gerealiseerd willen hebben in het hier en het nu. ‘Verliefdheid is het mysterie, begeerte het probleem’, zei De Jonge, die deze tegenstelling zijn hele rede bleef illustreren. Elkaar verstaan is het mysterie, het spreken een probleem. Of: het paradijs is het mysterie, de zondeval het probleem. ‘De problemen zijn niet aan te slepen.’

Freek de Jonge wilde zijn gehoor graag meegeven dat de ‘universiteit als een gids voor de samenleving moet zijn.’ Liefst in vrijheid, los van de ketens die anderen de institutie willen opleggen. Wat moeten we daarvoor volgens hem leren? ‘Het vermogen om met een gedachte te spelen, zonder deze direct te willen aanvaarden.’ Harry Bekkering noemt de dag na afloop (‘Zonder anderen tekort te doen’) de rede ‘misschien wel de mooiste ooit’. Want het was niet alleen inhoud, maar een tekst gebracht in een mooie theatrale vorm. ‘Daarom pakte het dit jaar goed uit dat we de rede in een echt theater als de Vereeniging konden houden.’ De rede trok met zo’n 450 mensen een recordaantal bezoekers, onder wie dertig jongeren. ‘Het blijft lastig die doelgroep aan te spreken’, aldus Bekkering. ‘We gaan ons er opnieuw eens over buigen.’