Opnieuw een voltreffer voor het Filosofisch Café. Na succesvolle avonden eind vorig jaar over het brein en seksualiteit, stroomde de bezoekers gisteren massaal toe om zich te laven aan een avond vol oosterse wijsheid. De hoofdspreker van de avond hekelde de manier waarop het westerse ego zich wijsheden als het boeddhisme eigen maakt. ‘Het wordt hier wel erg gepsychologiseerd, maar meditatie ís geen therapie.’
Met negentig bezoekers was de zaal van Trianon gisterenavond tot de nok toe gevuld. De inmiddels traditionele eerste dinsdag van de maand met een avond over filosofie is een publiekstrekker geworden. ‘We hebben een goede hand gehad met onze thema’s’, zegt Claudia de Bekker, voorzitter van de organiserende Stichting Filosofie & Maatschappij. ‘De stap om filosofie te studeren is voor velen erg groot, maar er zijn genoeg filosofische thema’s die voor een groot publiek interessant zijn. Dat blijkt vanavond maar weer.’
André van der Braak, directeur van Stichting Filosofie Oost-West, is de versmelting van westerse en oosterse filosofie in eigen persoon. Hij studeerde in Amsterdam en promoveerde in Nijmegen op een proefschrift over Nietzsche, waarna hij jarenlang in de ban was van de oosterse filosofie. Opgevoed als katholiek was Van der Braak in Nederland op de grenzen van zijn zijnsvragen gestuit. ‘Wat is de zin van het leven? Wat is mijn plaats daarin? Op dit soort vragen wilde ik antwoorden hebben.’
Een belangrijk inzicht dat Van der Braak weer in de schoot van het westerse denken bracht, is het gegeven dat de antwoorden die hij zocht er helemaal niet toe doen. ‘Het gaat niet om de antwoorden, maar om het verdiepen van de vragen, het intensiveren van je verlangen naar wijsheid.’ Via ‘de omweg naar het oosten’, doceert en publiceert Van der Braak nu over de oosterse wijsheid in eigen land. En stuit daarbij op de ongemakkelijke schotten tussen de wetenschapsgebieden aan de westerse universiteiten. ‘Ik werk in Nijmegen samen met een filosoof en met een theoloog. Het boeddhisme is beide, maar op onze universiteiten zijn die vakgebieden in verschillende hokjes ondergebracht.’
Gespreksleider Elianne Keulemans confronteerde Van der Braak met een recent bij Blokker op de kop getikt boeddhabeeldje, momenteel in de uitverkoop en nauwelijks nog aan te slepen. Hoewel Van der Braak kanttekeningen plaatst bij de commerciële gretigheid waarmee winkelketens en managementadviesbureaus zich te pas en te onpas op Zen en Boeddha storten, heeft hij wel compassie voor die aandacht. Alle aandacht is meegenomen, stelt hij nuchter vast, en wie weet dat uit zo’n eerste confrontatie met oosterse wijsheid weer nieuwe vragen opdoemen, die je dichterbij de kern brengt.
Er bestaat geen zelf en: het ik is een illusie. Of: boeddhisme gaat om het uitdoven van de wil, of het opgaan in het niets. Dat is dus de kern, doceert Van der Braak, en ja: westerse romantici en wijsheidverkopers zijn er dus mee op de loop gegaan. Niet zo heel erg, vindt Van der Braak, want boeddhisme heeft in de loop van zijn geschiedenis tal van gedaantes aangenomen, afhankelijk van de cultuur waarin het wordt beleden. ‘Maar ironisch is het wel. Het gaat juist om het opgeven van het ik, terwijl wij in het westen de wijsheid vooral aangrijpen om beter te leren omgaan met onszelf, of om stress tegen te gaan. We mediteren ons inmiddels een slag in de rondte, vaker nog dan Aziatische monniken gewend zijn te doen.’