Jean-Pierre Wils, decaan van de Faculteit der Religiewetenschappen, stapt uit de katholieke kerk. Wils maakte dit besluit, genomen na ‘een jarenlange intellectuele, emotionele en morele worsteling’ eind vorige week bekend. De directe aanleiding was Wils’ bijdrage vorige week dinsdag aan de Holocaust Memorial Day. Wils legt zijn leeropdracht aan de theologische faculteit neer; hij blijft decaan en leerstoelhouder binnen de faculteit religiewetenschappen.

Vorige week dinsdagavond was Wils gastheer van Auschwitz-overlevende Fred Schwarz, bij de lezing in de aula naar aanleiding van Holocaust Memorial Day. Bij de voorbereiding op zijn inleidend praatje werd hem duidelijk dat hij zijn geweten niet meer in overeenstemming kon brengen met het lidmaatschap van de katholieke kerk. Wils toonde zich verontwaardigd over de rehabilitatie van de Engelse bisschop Williamson door paus Benedictus. Williamson staat bekend als ontkenner van de Holocaust.

In een vorige week donderdag verspreide e-mail binnen de faculteit doet Wils zijn stap uit de doeken. Hij vertelt daarin dat hij woensdag in het Amstgericht Kleef (Wils woont in Kranenburg) zijn uittreden uit de katholieke kerk heeft geformaliseerd. ‘Ik wil en kan geen lid meer zijn van een instituut dat steeds meer totalitaire trekken vertoont’, schrijft Wils in zijn mail. Met ‘woede, verontwaardiging en verdriet’ zag Wils het ‘ongeluk gebeuren’. De decaan doelt op de pauselijke omarming van de ‘antisemitische Richard Williamson’.

Dagblad Trouw werd zaterdag de primeur gegund, waarna vanochtend alle andere media volgden. ‘Ik heb sinds vrijdag alleen nog aan de telefoon gezeten’, zegt Wils vanochtend in een toelichting aan Vox. Belangrijke media in Nederland en Duitsland hebben zich op het nieuws gestort. ‘Het werkt enorm. De reacties hebben me wel verrast. Je zou het blij verrast kunnen noemen als de aanleiding niet zo triest was.’ Wils zegt ook reacties te hebben gekregen uit de joodse gemeenschap. ‘Ik krijg mensen aan de telefoon bij wie de stem bijna breekt. Dat doet me wel wat.’

Wils beseft dat zijn uittreden de liberale kritiek binnen de kerk zelf verarmt. ‘Al dertig jaar loop ik binnen de kerk te hoop. Ik heb daar lange tijd aan meegewerkt, maar zie geen perspectief meer. Ik kan daar niet meer tegenop.’ Hij zegt dat er ‘ook een religieus leven is buiten de kerk’, al doet Wils nog geen mededelingen hoe hieraan vorm te geven. Hoe hij in de toekomst gaat bijdragen aan een weerwoord tegen de ‘restauratieve beweging’ in de kerk kan Wils nog niet zeggen. ‘Ik richt geen tegenbeweging op. Mijn stap is louter een individuele beslissing, een gewetenskwestie.’

Met zijn beslissing komt tevens een einde aan Wils’ leeropdracht Theologische Ethiek, die hij bekleedde binnen de Faculteit der Theologie. Deze leeropdracht geschiedt via een mandaat van de bisschop in Den Bosch, en zou Wils vanwege zijn uittreden uit de kerk hoe dan ook zijn afgenomen. Wils blíjft leerstoelhouder Cultuurtheorie van de moraal, die hij bekleedt binnen de faculteit religiewetenschappen. Hij blijft binnen deze faculteit ook gewoon decaan. Wils benadrukt dat zijn stap niet alleen verband houdt met Williamson. ‘Dat is slechts het topje van de ijsberg. Er is een veel grotere restauratieve onderstroom.’