Veel docenten weten niet wat ze met studenten met een leerprobleem aanmoeten, aldus hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen vanmiddag tijdens het symposium ‘Je staat er niet alleen voor’. Toch zijn er verrassende voorzieningen op de Radboud Universiteit aanwezig, die het deze studenten een stuk gemakkelijker maakt.

Rector Bas Kortmann benadrukte bij de opening van het symposium dat de aandacht die er op de Radboud Universiteit is voor studenten met leerproblemen en onzichtbare handicaps hoort bij een academische gemeenschap die aandacht heeft voor anderen.
Direct daarna begon hoogleraar Jan Derksen zijn betoog niettemin met een kritische kanttekening: “De laatste 10 tot 20 jaar worden steeds vaker diagnostische etiketten geplakt. De fout zit bij de classificatie: die is de oppervlakkig en gebeurt te snel. Ook wordt een classificatie te snel gezien als een diagnose. Maar een diagnose is veel uitgebreider, de classificatie is daar alleen een onderdeel van.”

Toch hebben studenten die daadwerkelijk dyslectisch zijn een heel reëel probleem. Zoals Marloes, derdejaars pedagogiek. Anderhalf jaar geleden werd bij haar dyslexie geconstateerd. “Het is vreemd dat ze het pas zo laat ontdekten. Maar ik ben er heel blij dat ik de oorzaken van mijn problemen weet, een hoop puzzelstukjes vallen nu op hun plaats.” Marloes werkte hard, maar haar resultaten waren daar niet naar. De oplossing: een computerprogramma dat tentamens en teksten hardop voorleest. “Mijn leesprobleem wordt gecompenseerd door mijn auditief vermogen. Het is een kleine aanpassing met een groot effect, ik kan nu probleemloos verder met mijn studie.’

Loes, vijfdejaars geschiedenis, heeft meer problemen ondervonden met haar leerstoornis, die in eerste instantie als depressie gezien werd. ‘Ik heb elf jaar in therapie gezeten, me ingeschreven voor de cursus Strategisch Studeren en Digitale Coaching gevolgd. Sinds kort doe ik mee in het Maatjesproject (hierbij begeleiden studenten andere studenten). Andere hulpmiddelen via de e-mail of in de vorm van een korte serie sessies konden haar niet verder helpen, het Maatjesproject doet dat wel: “De twee belangrijkste aspecten voor goede hulp zitten erin: persoonlijke benadering en langdurigheid.”

De universiteit werkt voortdurend aan oplossingen voor mensen met dergelijke leerstoornissen. Een belangrijke vernieuwing is het onderscheid in de taken van studieadviseur, studiedecaan en examencommissie. Vooral tussen de studieadviseur en de decaan moet meer terugkoppeling plaatsvinden. Ook komen er meer evaluatiemomenten voor de studenten, zodat eerder ontdekt kan worden wanneer het mis gaat. Voor Marloes is het probleem vrijwel opgelost. Loes heeft wat meer moeite met haar toekomstbeeld. “Ik heb heel erg veel structuur nodig, maar ik vind structuur ook saai. Ik zal nooit een fulltime baan krijgen. Maar door mijn maatjesproject word ik zelfstandig en gestructureerd genoeg om parttime te kunnen werken.’