Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Zoiets moet professor Carl Figdor gedacht hebben toen hij besloot een winterschool te organiseren voor basisschoolleraren. Als het aan Figdor ligt kunnen zesjarigen ons straks bijpraten over zwaartekracht en fotosynthese, DNA en erfelijkheid. Zodat kleuters in ieder geval weten wie hun échte papa’s zijn.

‘Cellen zijn net legoblokjes’. Vol goede moed begint Figdor aan een verhaal over ons immuunsysteem. ‘Er bestaan zogeheten dendritische cellen, dat zijn witte bloedcellen die vreemde eiwitten uit je lijf stofzuigeren.’ De zaal knikt instemmend. Toch interessant, wat ze allemaal weten tegenwoordig. Maar of dit past in de les over de bloemetjes en de bijtjes? ‘Ik kan het niet allemaal navertellen hoor!’, zegt een deelnemer. ‘Het zou mooi zijn als we zouden beschikken over goed materiaal.’

Kat in het bakkie voor Figdor want zijn foto’s en filmpjes zijn legendarisch. Hij belooft iedereen aan het einde van de dag een tas met materialen voor onderzoekjes in de klas. ‘Vanmiddag, zegt Figdor vaderlijk, ‘gaan we met z’n allen proefjes doen’. ‘We moeten die kinderen pákken!’ Hoewel soms wat onbehouwen, is Figdors enthousiasme beslist geen bevlieging. Toen hij twee jaar geleden de Spinozaprijs ontving, kondigde hij al aan dat hij het prijzengeld wilde gebruiken voor natuurwetenschap in het basisonderwijs.

Figdor is een man van zijn woord want die middag kunnen de onderwijzers zelf aan de slag. Er wordt driftig geknutseld met katrollen en vingerafdrukken. Ook een kijkje buiten het eigen vakgebied wordt niet geschuwd: een verhaal over de katrollen van de oude Egyptenaren past tenslotte ook mooi in de geschiedenisles. En Figdor? Die voelt zichzelf weer even kind.