Niet alle buitenlandse masterstudenten die in Nederland komen studeren, hebben het vereiste niveau, zeggen CDA en VVD. Ze halen volgens de twee partijen de kwaliteit van het hoger onderwijs naar beneden. Volgens de afdeling Studentenbegeleiding van de Radboud Universiteit is daar niets van waar.
CDA-kamerlid Jan Jacob van Dijk beweert dat sommige buitenlandse studenten, vaak uit Azië en Zuid-Europa, niet het gewenste niveau hebben als ze naar Nederland komen. Hij pleitte onlangs in de kamer voor een strengere selectie van buitenlandse masterstudenten. Van Dijk zegt zich te baseren op eigen ervaringen, hij doceert aan de Universiteit van Leiden en de Vrije Universiteit Amsterdam. Vooral studenten uit China en Turkije zouden volgens hem tekort schieten als het gaat om bijvoorbeeld onderzoeksvaardigheden.
Maar de Radboud Universiteit heeft al een strenge selectie en volgens de afdeling Studentenbegeleiding komt het niet voor dat buitenlandse masterstudenten met onvoldoende vooropleiding daar doorheen komen. Studentenbegeleiding kijkt eerst of de behaalde diploma’s van de buitenlandse studenten die zich in Nijmegen aanmelden gelijkwaardig zijn aan een Nederlands bachelordiploma. De afdeling brengt vervolgens advies uit aan de opleiding waarvoor de student zich heeft aangemeld. De examencommissie van de opleiding kijkt daarna of het vakkenpakket van de student aansluit bij de master van de opleiding.
Hetty Wintjes van Studentenbegeleiding schat dat zeker een kwart van de buitenlandse studenten wordt afgewezen. ‘Dat zijn vooral studenten uit Azië en Afrika, maar daar is het onderwijsniveau nou eenmaal lager dan het onze.’
Mocht de afdeling Studentenbegeleiding er niet uitkomen, als een student bijvoorbeeld aan een relatief onbekende universiteit heeft gestudeerd, dan legt ze de aanvraag voor aan de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. De Nuffic heeft een afdeling die is gespecialiseerd in de selectie van buitenlandse studenten.