Nog vier dagen tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Na de reportages van politicoloog Peter van der Heiden uit swingstate Florida, geeft Vox-redacteur Paul van den Broek vandaag zijn observaties uit het democratische bolwerk New York. Hij bezocht er de universiteit waar Barack Obama zijn bachelor haalde: Columbia University. ‘Tachtig tot negentig procent van de New Yorkers stemt op Obama’

In een overvolle metro zit een man met een Obama-speldje, heel af en toe duikt een stickertje op bij een stoplicht. En bij Columbia University is een wervingsactie om studenten in te schakelen voor de laatste dagen van de Obama-campagne. New York is geen swingstate, zoals Florida, en dat is aan de bijna onzichtbare campagne goed te merken.

Op Broadway, vlak bij Columbia University, is een student actief om geld binnen te halen voor de Obama-campagne. ‘In de swingstates gaat onze campagne volop door’, legt hij uit. ‘Het is daar anders dan in New York.’ Volgens hem stemt 80 tot 90 procent van de New Yorkers op Obama. ‘Daarom leeft het hier niet zo.’

Zelfs op Columbia University is aan weinig te merken dat dit land aan de vooravond staat van een waarschijnlijk historische verkiezingsdag, terwijl deze universiteit toch prat gaat op haar maatschappelijke betrokkenheid. Een paar postertjes proberen studenten warm te maken voor een paar vrijwilligersdagen in Pennsylvania, om de jongeren aldaar te enthousiasmeren om naar de stembus te gaan.

Een universiteitswoordvoerder legt uit dat de verkiezingskoorts al maanden geleden van de campus is verdwenen. Half september waren Obama en McCain nog te gast op een forum over maatschappelijke betrokkenheid op de campus. Ook Obama heeft zich sindsdien nooit meer laten zien. Hij mag een alumnus zijn van Columbia (hij voltooide hier midden jaren tachtig zijn bachelorstudie Political Science), hij kan zijn energie deze maanden beter besteden. De vraag aan de voorlichter luidt of de universiteit trots is nu een van haar alumni president gaat worden. ‘Er is ook alle reden trots te zijn op een man als McCain’, luidt het diplomatiek.

De New York Times van donderdag, met vijf volle pagina’s over de verkiezingen, zet een een nieuw thema op de verkiezingsagenda: de studiefinanciering. Een woensdag verschenen rapport maakt melding van snel stijgende kosten voor studenten. Zorgelijk, zo luidt het. Door de stijgende kosten zullen scholieren en hun ouders zich twee keer bedenken een universitaire opleiding te beginnen. De kostenstijging heeft deels te maken met de oplopende inschrijvingsgelden.

Het bedrag dat de staat kwijt is aan steun voor studenten uit lagere en midden inkomensgroepen stijgt snel. Ook worden steeds meer leningen verstrekt, tot 20 miljard dollar vorig jaar. De gemiddelde afgestudeerde in dit land staat voor 21.000 dollar in het krijt bij de banken. Detail: Obama heeft zijn studie kunnen bekostigen met een slordige 45.000 dollar leengeld, wat overigens slechts voor een gering deel zijn studie aan Columbia betrof. Obama haalde zijn mastertitil in Harvard, in 1991.

Bij welke presidentskandidaat is de toekomstige student het beste uit? Obama wil geld uittrekken om het studeren aantrekkelijk te houden, bijvoorbeeld met een verhoging van de staatsbeurzen. McCain wil de instellingen bewegen de inschijfgelden in toom te houden, en bepleit een betere marktwerking bij de banken waar studenten de leningen afsluiten. De medewerkers van de universiteiten hebben hun keus al gemaakt: afgaande op de bedragen die zij hebben gestort in de verkiezingskassen van beide kandidaten is Obama de winnaar: hij haalde bij de universitaire medewerkers ruim 12 miljoen dollar op, ruim acht keer meer dan McCain.