Volgend collegejaar wordt er in Nijmegen een nieuwe opleiding opgestart: de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs. Oftewel: een universitaire opleiding tot basisschooljuf of -meester. ‘Ik verwacht dat deze opleiding een enorme aantrekkingskracht gaat krijgen.’

Ludo Verhoeven, hoogleraar Pedagogische wetenschappen, staat aan de wieg van dit initiatief. Hij zegt: ‘In Angelsaksische landen is het al heel normaal dat alle niveaus samengevoegd zijn in één onderwijsveld. Gevolg is dat de mensen daar elkaars taal veel beter begrijpen. Zo komen onderwijsveranderingen in Nederland het basisschoolonderwijs vaak binnen als iets vijandigs. Simpelweg omdat een academische manier van denken daar niet aanwezig is.’ Een academisch geschoold schoolteam (lees: directeur, remedial teacher en interne begeleider) staat volgens hem veel meer open voor veranderingen.

De nieuwe, vijfjarige, opleiding is bedoeld voor studenten die het basisonderwijs in willen, maar wel met meer ambitie dan pabostudenten. Zij zullen ook terechtkomen in de ‘top’ van het basisonderwijs, krijgen een eerstegraads bevoegdheid en dus ook een hoger salaris – zo heeft de overheid al beloofd. Maar willen academisch geschoolde studenten nou echt het basisonderwijs in? Verhoeven: ‘Zeker. Dat blijkt wel uit het feit dat ongeveer de helft van onze studenten afkomstig is van de pabo of na de universiteit nog de pabo gaat doen. En dat kost hen respectievelijk zeven en zes-en-een-half jaar. Ik verwacht dat deze opleiding een enorme aantrekkingskracht gaat krijgen. Er is voorlopig wel een strenge selectie: er kunnen 25 studenten bij ons starten met de opleiding, en 25 op de pabo. We willen het eerst op kleine schaal goed neerzetten.’

Ook de vraag waar het nou heen moet met de academische wereld als hogescholen en universiteiten steeds meer gaan samenwerken, weet Verhoeven te pareren. ‘De universiteit moet natuurlijk heel erg waken voor de academische kwaliteit van de opleiding. Maar aan de andere kant: het is heel erg belangrijk om na te denken over innovaties die voorzien in een maatschappelijke behoefte. Het zou arrogant zijn om dat niet te doen.’

Het academische karakter van de nieuwe opleiding wordt dus nauwkeurig in de gaten gehouden, al is het natuurlijk meer dan andere universitaire opleidingen gericht op de praktijk. ‘De focus van de theoretische scholing ligt al vanaf het begin in de richting van primair onderwijs. Zo krijgen studenten al in een vroeg stadium te maken met stageachtige elementen.’