De Radboud Universiteit loopt achter als het gaat om de invoering van webcolleges. Terwijl andere universiteiten aan de vooravond staan van een massale invoering, moeten in Nijmegen de voor- en nadelen nog worden afgewogen.
Positieve uitzondering vormen de bèta’s. Vrijwel elke dag worden op de bètafaculteit met twee rijdende camera’s opnames gemaakt van colleges. Die opnames worden daarna uitgezonden via internet (op blackboard, een afgeschermd stukje universitair internet). Maar er is te weinig apparatuur en te weinig mankracht om alle hoorcolleges op te nemen. De wens is er wel, zeker bij de studenten. De studenten maken er enthousiast gebruik van, bleek uit de evaluatie van de pilot, vorig studiejaar. Met webcolleges kunnen ze delen van het hoorcollege nog eens terugkijken in hun eigen tempo, de stof nog eens rustig doornemen en aantekeningen aanscherpen. ‘De studenten vonden het prettig dat ze in de collegezaal niet zo bezig hoefden te zijn met het maken van aantekeningen. Ze konden rustig luisteren en er was meer interactie met de docent’, zegt Marinus van Herpen, medewerker ICT en onderwijs van de bètafaculteit. Uit de evaluatie bleek verder dat de studenten vooral vlak voor hun tentamens hoorcolleges willen terugzien.
Nu worden de opnames nog gemaakt door een of twee medewerkers van de afdeling Multimedia. Maar die kunnen onmogelijk bij alle colleges aanwezig zijn. De faculteit wil daarom student-assistenten gaan inzetten. ‘Het liefst willen we bij elke opleiding een student inschakelen die de colleges al eens heeft gevolgd, want we willen wel adequate opnames’, zegt Van Herpen. De twee rijdende camera’s zijn niet voldoende. Daarom ligt er een aanvraag bij het faculteitsbestuur voor de aanschaf van op afstand bestuurbare camera’s. Van Herpen hoopt vanaf januari te beginnen met de opname van alle bèta-colleges.
De volgende stap is leerobjecten op maat maken, hapklare brokken die studenten op internet kunnen raadplegen. Een voorbeeld van zo’n brok is (de uitleg van) een wiskundeformule of een natuurkundewet.
Dat laatste doet de Faculteit Sociale Wetenschappen ook. ‘We hebben nu ruim 700 videofragmenten online staan, zegt Alfred Heitink, medewerker ICT en onderwijs. Maar structureel colleges opnemen, doen ze bij sociale wetenschappen niet. Volgens Heitink is er bij sociale wetenschappen wel behoefte aan. Hij vindt dat er universiteitsbreed een plan van aanpak moet komen. ‘Er moet een duidelijke visie komen op wat we willen met de webcolleges. En een plan over hoe we grootschalige invoering gaan aanpakken en hoe we die digitale colleges vervolgens gaan archiveren, zodat ze over vier jaar nog bruikbaar zijn.’
‘Er ligt nog geen concreet initiatief’, mailt directeur Wopke Veenstra van het Universitair Centrum voor Informatievoorziening (UCI). ‘We willen eerst de onderwijswereld gaan vragen hoe men hierover denkt.’ Ook Veenstra hoopt dat dat wat oplevert, want hij weet ook: ‘enkele andere universiteiten zijn hiermee al een stuk verder dan wij.’
De TU Delft is koploper met meer dan 3000 hoorcolleges online. De camera’s worden in Delft bemand door studenten die van het uitzendbureau op de campus een vergoeding krijgen. Aan de Universiteit Utrecht (UU) schrijven ICT-specialisten op dit moment een voorstel voor grootschalige invoering van webcolleges op die universiteit. Bij een pilotstudy daar bleken studenten veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de opnamen te bekijken. De angst van docenten dat hun collegezaal zou leeglopen, bleek ongegrond. Het bezoek aan de hoorcolleges liep niet terug. De studenten gebruikten het webcollege als een aanvulling.
De UvA, de Wageningen Universiteit, de VU en de Amsterdamse hogeschool hebben samen een handleiding gemaakt voor de massale invoering van webcolleges. Ze zijn daar ook met de invoering begonnen.