Thijs van Remijn is een van de 800 mentoren die de eerstejaars bij de hand gaan nemen tijdens de komende introductie. Maar met de student biomedische wetenschappen is iets bijzonders aan de hand. Deze introductie is hij namelijk de enige die al voor de vijfde keer mentor wordt. Volgens Studentenzaken is dat ‘een zeldzaamheid in deze tijd’. Is Thijs verslaafd?
‘Een beetje misschien. Tijdens mijn eigen introductie had ik een geweldige tijd. Een jaar later wil je als mentor dat gevoel graag overdragen op de volgende lichting studenten. En dat blijkt dan ook zo leuk dat je een jaar later weer zoiets hebt van: waarom niet?’
De intro heeft voor Thijs een bijkomend voordeel: nieuw bloed opsporen voor het Medisch Herendispuut waarvan hij lid is. ‘Het mentorschap is voor ons een goede manier om nieuwe leden te scouten. Maar dat is niet de hoofdzaak hoor. Ik ga niet gelijk selecteren en me vervolgens alleen nog maar richten op potentiële dispuutsleden. Als mentor ben je er voor de hele groep, van het begin tot het eind.’
Vijf keer mentor: heeft hij zich nooit ‘vergrepen’ aan een mentorkindje? ‘Nee, ik heb nooit een relatie gehad met iemand uit mijn mentorgroep. Dat wordt toch over het algemeen als een beetje schraal gezien, om te gaan aanpappen met je mentorkindje. Not done. Bovendien heb ik tegenwoordig een vriendin. Wel een eerstejaars, maar niet één van mijn kindjes van vorig jaar. Ha, ha, nee, ze vindt het niet erg dat ik mentor word: ze wordt zelf ook mentor. Geen probleem dus.’
Volgend jaar weer? ‘Vorig jaar zei ik wel dat het de laatste keer zou zijn, en dat zeg ik in principe nu weer. Je merkt toch dat je als 23-jarige langzamerhand wat verder af komt te staan van de nieuwe generatie. Maar ik ga volgend jaar waarschijnlijk wel geneeskunde studeren, dus theoretisch zou ik nog een paar keer kunnen. We zien wel.’