Eén charismatische, eigentijdse docent kan soms meer in beweging zetten dan een bureaulade vol beleidsnotities. Dat lijkt te worden geïllustreerd door de spectaculaire groei van het aantal aanmeldingen voor de Nijmeegse opleiding psychologie. Vorig jaar stond de teller in augustus op 516, nu hebben zich al 719 gegadigden gemeld voor de opleiding, die een numerus fixus kent van 450. Een toename van bijna veertig procent. Hoogleraar en docent Daniël Wigboldus (foto) is voor een groot deel verantwoordelijk voor die ontwikkeling, menen collega’s.
Landelijk is de Nijmeegse opleiding psychologie de enige met zulke groeicijfers, dus daar zit het hem niet in, weet cognitief psycholoog Harold Bekkering. Volgens hem schuilt de verklaring in het nieuwe eerstejaarsprogramma met als troef Daniël Wigboldus, de hoogleraar die de algemene inleiding van de psychologie verzorgt. ‘Deze docent heeft de ongelooflijke score van 4,9 weten te halen.’
Eigentijdse lesmethodes
Volgens Bekkering weet Wigboldus helder en charismatisch de basisvragen uit de psychologie te verwoorden. Dat combineert hij bovendien met een moderne, aansprekende manier van college geven waarin filmpjes en andere technische hulpmiddelen een belangrijke rol spelen. Bekkering: ‘We weten natuurlijk niet zeker of dat verantwoordelijk is voor de groei, maar dit is een objectief aanwijsbare verandering in onze opleiding. We hebben zelf het gevoel dat zich dat toch rondzingt.’
Daniël Wigboldus wijst de gedachte van de hand dat hij persoonlijk verantwoordelijk zou zijn voor de groei van het aantal aanmeldingen. ’Het hele eerstejaarsprogramma is op de schop gegaan. Daar is een team van docenten voor verantwoordelijk’, zegt hij bescheiden. Wel is hij trots op de evaluatiescore van 4,9. Zijn geheim? ‘Ik heb niet als doel om studenten alles uit te leggen wat in het boek staat. Ik wil ze motiveren voor hun studie, zodat ze zèlf met de theorie aan de slag gaan.’
Behandelt Wigboldus de cognitieve levensfasen van Piaget dan filmt hij de dag ervoor zijn eigen kinderen van 4 en 8 terwijl ze enkele testjes doen. ‘Je kunt dan tijdens het college op een aansprekende manier laten zien wat het cognitieve verschil is tussen een vierjarige en een achtjarige.’ Gaat het om de invloed van waarneming op fysieke processen, dan laat Wigboldus eerst een foto zien van een paar lieve puppies, gevolgd door die van een bloeddorstige waakhond. ‘Als je dan de studenten hun hartslag laat meten, zie je dat die over het algemeen hoger ligt. Kortom: je kunt iets vertellen, maar je kunt het ook doen.’
Gewogen loting
De enorme toeloop bij de opleiding psychologie heeft geen gevolgen voor de omvang van de groep eerstejaars. De numerus fixus blijft op 450 mensen. Wel kan de kwaliteit van de eerstejaars toenemen omdat de selectie plaatsvindt op basis van een gewogen loting, waarbij de resultaten van het eindexamen meetellen. Ook wijst de ervaring uit dat de studieuitval bij opleidingen met een forse overinschrijving (zoals geneeskunde) lager is.
Psychologie trekt sinds enkele jaren veel Duitse studenten aan, maar deze factor is niet verantwoordelijk voor de forse groei van de aanmeldingen. ‘Het aantal Duitse aanmeldingen groeit ook, maar niet meer dan de Nederlandse’, aldus Bekkering. ‘Wel hebben de Duitsers door hun vooropleiding een iets betere uitgangspositie bij de loting. Daardoor kan het percentage Duitsers iets toenemen.’