Tijdens het EK leverde geograaf en voetbalkenner Henk van Houtum twee keer een voorbeschouwing op de halve finales. Tot slot een nabeschouwing op de finale en het toernooi. ‘Euro 2008 had een heel positieve grondtoon, ook dankzij de bijna vlekkeloze organisatie.’
Euro 2008 was volgens Van Houtum het toernooi van de ontmaskering van enkele grote voetballanden, zoals Italië en Frankrijk, terwijl Engeland niet eens meedeed. Daarentegen hebben enkele jonge teams blijk gegeven van een nieuw voetbalelan, als ode aan het aanvallende voetbal. ‘Daarom is het mooi dat een echt voetballand heeft gewonnen. Temeer daar zo’n kampioen zeker school gaat maken.’
Het ‘commercieel en politiek oppimpen’ heeft groteske vormen aangenomen, beschouwt Van Houtum. ‘De naties worden politiek gerepresenteerd tot op het allerhoogste niveau, met een Balkenende die de kleedkamer van Nederland bezoekt en Angela Merkel op de tribune. Dat geeft zo’n evenement een extra lading.’ De aanwezigheid van staatshoofden is volgens Van Houtum een aanwakkering van het nationalistische gevoel, waarmee het EK in Nederland past in de lijn van Fortuyn, de Nederlandse canon en de uitverkiezing van grootste Nederlander in de geschiedenis. ‘Het nationalisme komt op een bijna tastbare manier aan de oppervlakte.’ De ‘heropleving van het thuisgevoel’ ziet Van Houtum als uiting van een natie die is getekend door globalisering, voortschrijdende technologie en de onzekerheid die samenhangt met het transnationalisme.
Opmerkelijk noemt Van Houtum bij het EK de rol van kindjes en voetbalvrouwen, die niet van de Nederlandse spelers waren weg te slaan: een nieuw element om het wij-gevoel van de natie te beklemtonen. ‘Niet de uitstraling van mannen die opgesloten zitten in een kamp, maar de uitdrukking van het gevoel dat we het allemaal samen doen. En als er een kindje dood gaat doet iedereen een rouwband om. Zo massaal is het familiegevoel van baby tot dood nog nooit tot uitdrukking gebracht.’
Hoewel dit toernooi een opvallende erkenning opleverde voor half-Europese landen als Rusland en Turkije, moet de doorwerking ook weer niet worden overdreven, vindt Van Houtum. Wellicht dat het EU-lidmaatschap van Turkije nu door meer mensen wordt omarmd dan vóór het EK, maar wat is die observatie waard? ‘De voetbalextase ebt ook weer heel snel weg. We zijn al weer bijna overgegaan tot de orde van de dag. Dan is het masker weer af, en wordt het klassieke gezicht getoond van de internationale machtspolitiek.’
Na de aanvankelijke scepsis over de kwaliteiten van het Nederlands elftal, noemt Van Houtum het mateloos enthousiasme voor Oranje opvallend. ‘We hebben ons toch weer laten ophitsen naar een nieuw hoogtepunt van ludieke Oranje-extase.’ Een extase die volgens Van Houtum ‘verblindde, verblijdde en erotiseerde’, en na een korte tijdspanne weer werd ontmaskerd. Met de leegte als het onvermijdelijk gevolg. Van Houtum stelt voor om de term ‘Orangasme’ te munten, lees: ‘een tijdelijke culminatie van collectieve Oranje-extase, die periodiek steeds weer terugkeert’.