‘En nu het Erasmusplein klaar is, zullen ook de fietsen hier verdwijnen. Die staan dan in de stalling.’ Na deze woorden van universitair vastgoedbaron Michel ter Berg aan de vooravond van de voltooiïng van het Erasmusplein, volgde een besmuikt gelach. Afkomstig van uw Vox-redacteur, die heel goed weet dat opeenvolgende generaties universiteitsbestuurders al sinds de jaren tachtig tevergeefs proberen om het platanenveldje op het Erasmusplein fietsenvrij te krijgen. Maar twee maanden later lacht Ter Berg het best: de rijwielen zijn echt verdwenen.
Jemìg Michel. Het is gelukt. De champagne al opengetrokken?
‘Nou nee, maar we zijn er wel blij mee natuurlijk.’
Hoe is het mogelijk dat jullie slaagden waar eerdere vastgoedbeheerders hun idealen uiteindelijk vertwijfeld moesten opgeven?
‘Aan de ingangen van de pleinen staan barrières, die zijn nu nog tijdelijk maar krijgen straks een permanente vervanging. Dat scheelt denk ik. Maar belangrijker is volgens mij de psychologie van de gebruiker. Iedereen ziet dat het een prettig verblijfsplein is geworden waar het goed toeven is op die brede banken. Wanneer je daar lompweg je fiets parkeert voelt dat niet goed.’
Alsof je de idylle verstoort.
‘Precies. Dat moet je hebben. Helaas geldt dat nog niet overal op de campus, dus er blijft voor ons werk aan de winkel. Bij het Huygensgebouw en Spinozagebouw bijvoorbeeld.’
Daar is de situatie inderdaad dramatisch. Op het plein voor het Huygens worden de fietsen zelfs al in rijen geplaatst. Alsof er een gedoogsituatie bestaat.
‘Ja, maar dat is zeker niet het geval. We bekijken nu wat we daaraan kunnen doen. Net als bij het Spinoza-gebouw. De kelder is daar uitgebreid, maar dat heeft het fietsenprobleem bij de ingang niet doen afnemen.’
Misschien kun je lering trekken uit het Erasmusplein: zet er een paar banken neer zodat het verblijfspleinen worden.
‘Daar hebben we inderdaad al aan gedacht ja. Maar we gaan ook gewoon handhavend optreden als verder niets helpt.’