Het succesvolle interdisciplinaire honoursprogramma wordt uitgebreid. Met ingang van 2009 wil de Radboud Universiteit aan getalenteerde studenten een veel breder extra onderwijsprogramma bieden, onder de naam Radboud Honours Academy. De Radboud Universiteit hoopt dat het ministerie een groot deel van de kosten betaalt, maar wil er hoe dan ook mee aan de slag. ‘Dit is belangrijk voor ons.’

Onder de vlag van het honours programma kunnen studenten in Nijmegen sinds een paar jaar over de grenzen van hun eigen opleiding kijken. Dat interdisciplinaire programma krijgt nu een stevige aanvulling in de vorm van een disciplinair programma: colleges en onderzoek die zich vooral richten op de eigen opleiding. Geen verbreding dus, maar verdieping. Bovendien wacht elke honours student een verblijf in het buitenland. Het disciplinaire en het interdisciplinaire programma gaan straks samen de nieuwe Radboud Honours Academy vormen. Daarin zal plaats zijn voor zo’n tien procent van de Nijmeegse studenten.

De Radboud Universiteit hoopt dat het plan voor een belangrijk deel gefinancierd wordt door het ministerie van Onderwijs. Dat heeft 50 miljoen euro beschikbaar gesteld voor universiteiten en hbo-instellingen die met initiatieven komen om excellente studenten te ondersteunen. Maar de honours academy is niet afhankelijk van dat geld, benadrukt Frans Janssen, beleidsadviseur van de Radboud Universiteit en een van de makers van het plan. ‘Als universiteit geloven we zo sterk in dit plan dat we er hoe dan ook mee doorgaan. Al heeft een eventuele bijdrage van het ministerie natuurlijk wel invloed op het tempo van de invoering en de uiteindelijke vorm die de honours academy krijgt.’

Net als voor het bestaande honours programma geldt voor de academy straks het adagium virtue is its own reward. Want hoewel de omvang ongeveer 30 ec bedraagt, krijgen deelnemers er helemaal niets voor, anders dan een bevrediging van hun kennisbehoefte. Sterker nog, er hangt een prijskaartje aan van enkele honderden euro’s, onder meer om de kosten voor het buitenlandverblijf deels te dekken. Toch verwacht Janssen dat de belangstelling groot genoeg is om deelnemers te kunnen selecteren op studieresultaat en motivatie. ‘We hebben dit ontwikkeld in nauw overleg met studenten. Daaruit blijkt dat de behoefte aan een programma voor getalenteerden groot is.’

Vanuit de LSVb is eerder al het bezwaar gekomen dat aandacht voor excellente studenten niet ten koste mag gaan van het reguliere onderwijsprogramma’s. Interdisciplinair onderwijs viel daarbij nog goed te verdedigen, maar geldt dat ook voor de disciplinaire verdieping van de honours academy? ‘Ja’, vindt Janssen. ‘We hebben met opzet niet gekozen voor een university college zoals bijvoorbeeld Utrecht dat heeft. Zo’n campus binnen de campus is relatief duur en kan daardoor ten koste gaan van je reguliere onderwijs. Het disciplinaire honoursprogramma zoals wij dat willen, zoekt de verdieping in de eerste plaats binnen de bestaande opleidingen en met bestaande faciliteiten. Al onze opleidingen blijven ook gewoon voldoen aan de Nederlandse norm, die internationaal gezien vrij hoog ligt. Maar dan zijn er altijd nog studenten die méér willen. Voor hen is er straks de honours academy.’