‘Het is een fantastisch mooi nummer geworden en ik ben er trots op!’ Met deze woorden nam Thom de Graaf het Nijmegen-nummer van Vox in ontvangst waarvan hij zelf gasthoofdredacteur was. Een kleine delegatie van Vox bood de burgemeester vanmiddag een exemplaar aan.
De Graaf is blij met zijn gasthoofdredacteurschap: ‘Ik vond het enig om te doen. Het is een luxe positie. In een vergadering van dik een uur hebben we overlegd wat er allemaal in zou komen. Kort en krachtig dus. Volgens mij vond de redactie het zelfs verbazingwekkend dat ik zelf ook nog ideeën had.’ Het allerleukste vond De Graaf de vertaling van de ideeën naar de daadwerkelijke artikelen. Zelf heeft de burgemeester – op het voorwoord na – niets geschreven, maar hij speelde wel een hoofdrol in de reportage ‘Terug naar het studentenhuis’.
De Graaf neemt uitgebreid de tijd om ‘zijn’ Vox door te lezen: ‘Prachtig! Vooral alle dingen waarvoor ik niet verantwoordelijk was zijn mooi geworden, haha.’ Een aantal zaken licht hij nog even toe zoals de foto op pagina zes met daarop een lachend gezelschap met onder anderen premier Balkenende. ‘Die mensen lachen om mij!’ De Graaf citeerde tijdens zijn toespraak bij de presentatie van de biografie van Dries van Agt, het antwoord van Van Agt op een kamervraag. De vraag was gesteld door een zwaar katholiek politicus en ging over streakers. Een deel van het antwoord luidde: ‘Bloot stichten, dan wel naakt ijlen is ook in kwantitatief opzicht een singulaire bezigheid. Het heeft weinig om het lijf.’
Er zijn volgens De Graaf studenten die alleen naar Nijmegen komen voor de universiteit en die verder niets hebben met de stad. De Graaf hoopt dat dit Nijmegen-nummer voor hen een brug slaat tussen stad en universiteit.