Eerstejaars Jacqueline van Dongen (18), student bedrijfscommunicatie, gunt je elke week een inkijkje in het wel en wee van een eerstejaars. Deze week: Ouders en opruimen.
Een bejaardentehuis, dat is de reden dat ik elk weekend naar huis ga. Schrik niet; ik doe mijn ouders dan graag af als oud, zó oud zijn ze nou ook weer niet. Nee, ik werk nog steeds in Deurne en elk weekend reis ik daarom af naar het dorp om toetjes te maken en broodjes te smeren voor bejaarden. Dat en dat het stiekem gewoon heel fijn is om weer even thuis te komen en te zeuren over alles wat je dwars zit, een dikke knuffel te krijgen van je moeder en in je eigen bed te kunnen slapen.
Nadat ik uit huis ging noemde ik wat eerder ‘onze spullen’ waren al snel ‘jullie spullen’ en ook kreeg ik meteen een stuk minder te zeggen. Ineens heb je niet meer het recht om te zeuren over het eten en je rotzooi overal te laten slingeren. Althans, dat vinden je ouders.
‘Als je uit bad komt, ruim je rotzooi dan gewoon even op’, zei mijn vader vorige week, gevolgd door het welbekende: ‘het is hier geen hotel!’. Dat ik hierna mijn vader erop betrapte dat hij wat tijdschriften en andere rommel had laten liggen maakte niks meer uit. Ik probeerde het nog met een: ‘het is dat ik hier niet meer woon, maar anders zou ik hetzelfde zeggen over jouw spullen hoor!’.
‘Precies’, zei mijn vader: ‘maar jij woont hier niet meer’.
Nou moet je niet denken dat je ouders daarmee automatisch ook hun recht kwijt zijn om commentaar te leveren op jouw huis, nee zo werkt het niet. Volgens mijn tante zitten mijn ouders nog in de fase dat ze willen helpen opruimen, maar dat gaat schijnbaar over; daarna laten ze je gewoon in de klerezooi zitten. Van die fase is bij ons echter nog niets te merken. Toen mijn ouders me vrijdag op kwamen halen voor een weekend weg moesten Berend en ik nog even boodschappen doen. Tegen de tijd dat we terug waren stonden de ramen open (‘Ja, het rook hier niet zo fris!’), werd de afwas gedaan (‘Dit kan je zo écht geen weekend laten staan hoor!’) en moesten we ‘even met z’n allen’ het papier en de lege flessen champagne naar buiten dragen.
Ons ‘weekendje weg’ ging naar Friesland, waar mijn opa in het ziekenhuis ligt. Nu word ik al week van binnen als ik een puppy zie, dus je kunt je voorstellen hoe dat met een zielige opa gaat. Hij heeft gezegd dat hij zijn baard pas scheert als hij thuis is, en aangezien hij een man van zijn woord is en er nu al twee weken ligt lijkt hij de kerstman wel. Twee weken hartstikke ziek in een ziekenhuisbedje liggen met een lange snor, het lijkt me niks. Ik hoop dat hij snel naar huis mag, met een dikke knuffel van oma en lekker slapen in zijn eigen bed.